AlgemeenContactblad

 

Algemeen

 

De leden van de Speciaalclub Zang NZHU wonen verspreid over Nederland. Het clubblad is daarom een belangrijk middel om elkaar te informeren en ervaringen uit te wisselen. In het Contactblad vindt men verslagen van de door de Speciaalclub georganiseerde activiteiten en artikelen met betrekking tot het houden en fokken van zangkanaries, i.h.b. harzers, waterslagers en timbrado's.
Uitgangspunt is om drie keer per jaar een editie van het Contactblad uit te geven.

Op deze site is de laatste editie van het Contactblad integraal geplaatst.
Elders op deze site vindt men ook, op onderwerp gerubriceerde, artikelen uit vorige edities van het Contactblad.

De eindredactie en distributie van het Contactblad is in handen van:
Jaap Plokker
Hercules 86
2221 MD Katwijk

TOP

 

 

Laatst verschenen edities Contactblad

Hieronder vindt men de laatst verschenen edities van het clubblad van de Speciaalclub Zang NZHU, februari 2018, 34e jaargang, nr. 1 en september 2018, 34e jaargang nr. 2.


Contactblad

 

Speciaalclub Zang NZHU

  
©    Het contactblad van de Speciaalclub Zang NZHU verschijnt drie keer per jaar. De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen. Overname van artikelen of delen daaruit is toegestaan mits daarbij de naam van de auteur en de bron wordt vermeld.

Februari 2018, 34e jaargang, nr. 1
 

Inhoudsopgave       
Voorwoord
Afluisterochtend 25 november 2017
Verslag clubkampioenschappen 2017
Nederlandse kampioenschappen zangkanaries op dood spoor?
Niet-chemische luisbestrijding
Turf  
                                                                                                

-0-

 

Voorwoord

door Jaap Plokker

Het wedstrijdseizoen, waarin onze eigen clubkampioenschappen een apart plekje in nemen, zit nog vers in ons geheugen, maar dat belet sommigen van ons niet om al weer druk bezig te zijn met de kweek van 2018. Anderen, zoals ondergetekende, nemen even een paar weken gas terug. Hun poppen krijgen nog een poosje rust en worden pas in de loop van maart in de broedkooien gezet. Sommigen van ons kijken met weinig plezier terug op 2017, omdat hun kweekseizoen helemaal in het water viel en ze geen mannen hadden om aan wedstrijden deel te nemen; anderen hadden wel vogels gekweekt, maar het resultaat was bij lange na niet van de kwaliteit die ze gehoopt hadden. Met name voor de kwekers die in 2017 een teleurstelling te verwerken kregen hoop ik dat 2018 alles weer goed zal maken.

Voor de club is het jammer dat we 2018 zijn begonnen met een ledenbestand dat onder de 50 is gezakt. Wat betreft het ledenbestand zitten alle speciaalclubs voor zangkanaries in hetzelfde schuitje: een langzame edoch gestage afname van het aantal kwekers. Dit betekent dat een steeds kleiner wordende groep de speciaalclubs op de been moet houden, zowel financieel als qua bemensing van het bestuur en de wedstrijdorganisatie. Met dankbaarheid heb ik weer mogen ervaren dat voor onze clubkampioenschappen voldoende vrijwilligers bereid waren hun tijd en energie in het welslagen van dit evenement te steken. Blij zijn we ook omdat in de vacature voor het penningmeesterschap we Paul Schilte bereid hebben gevonden het stokje van André Toet over te nemen.

Na op 1-1-2015 de contributie verhoogd te hebben naar € 15,00 waren we genoodzaakt op 1-1-2018 de contributie opnieuw te verhogen:  naar € 20,00 per jaar. Jaren behoorden we tot de zangspeciaalclubs met de laagste contributie, maar nu scharen we ons tussen de andere speciaalclubs voor harzers en waterslagers. Zeker op één punt blijft de NZHU zich onderscheiden: Geen enkele speciaalclub voor zangkanariekwekers verspreidt onder de leden vier keer per jaar een clubblad van 40 pagina’s.  Hierbij ontvangen jullie de eerste editie van 2018. Er is weer een respectabel aantal uren vrije tijd in gestoken en daarom hoop ik dat  je hem met interesse zult lezen.

-0-

Afluisterochtend 25 november 2017

door Jaap Plokker

Op zaterdag 25 november 2017 werd voor de achtste keer een afluisterochtend georganiseerd. Behalve het met elkaar luisteren naar hopelijk mooie vogels is deze activiteit ook bedoeld om zich te bekwamen in het kritisch luisteren en beoordelen van het lied.

Vanaf 09.30 u. druppelden de leden het clubgebouw van
De Kanarievogel aan de Oude ’s Gravendijckseweg te Katwijk binnen. Onder het genot van een kopje koffie werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Om 10.00 u. bleek dat we slechts met zeven personen 20 waterslagers, oftewel 5 stammen, zouden gaan afluisteren.

Opzet
Na kort overleg werd besloten de opzet van voorafgaande jaren, het invullen van keurlijstjes, te laten voor wat het was en gezamenlijk de vogels af te luisteren. Eén voor één kwamen de 5 stammen op tafel en we namen ruim de tijd om te luisteren en het lied te becommentariëren. Gelukkig zongen de vogels goed door en er viel dus veel over het lied te bespreken, waardoor het een bijzonder onderhoudende morgen werd. Eén van de gespreksonderwerpen was het verschil in zangstructuur van vogels van dezelfde kweker. Zowel Jan Zonderop als Jaap Plokker hadden twee stammen meegenomen die niet hetzelfde lied zongen. Met name de twee stammen van Jan verschilden opmerkelijk veel van elkaar: De ene stam had een meer golvend lied, terwijl het lied van het andere viertal veel meer geslagen was. Jan gaf aan dat hij langs twee bloedlijnen kweekte. De ene lijn gaf diepere vogels met meer water en een golvende zangstructuur. De andere waren meer slagvogels, minder diep, maar gevarieerder als gevolg van een beter binnenlied. Jan gaf aan zelf het meest gecharmeerd te zijn van de vogels met meer water, maar dat zijn vrouw de slagvogels meer apprecieerde. Uiteraard kwamen we na deze constatering te spreken over zangmilieu en erfelijkheid. De vogels waren opgegroeid in een bepaald zangmilieu, maar zongen uiteindelijk toch een verschillend lied. Allen beklemtoonden het belang van het zangmilieu, maar de erfelijk bepaalde aanleg om bepaalde zang over te nemen mag niet onderschat worden, zoals die zaterdagochtend weer bleek. Wil je het lied van je vogels verbeteren dan blijft het van belang niet alleen oog te hebben voor het zangmilieu, maar bij het samenstellen van de kweekkoppels ook naar de afstamming te kijken.

Jaap had weer twee gerookte makrelen meegenomen om aan de eigenaren van de mooiste vogels mee te geven. In een groepsgesprek werd bepaald dat de vogels van Jan Zonderop en Chagas Pinheiro een gerookte makreel verdienden. Ca. 12.30 u. overhandigde Jaap Plokker met een ‘gefeliciteerd en eet smakelijk’ de’ mekrielen’ aan Jan en Chagas, dankte alle aanwezigen voor hun komst, gezellige sfeer en wenste hen een wel thuis toe.

Foto. 25 november 2017. Afluisterochtend. Vlnr. Ton Diepenhorst, Chagas Pinheiro, Freek Schot, Jan Zonderop, Piet Drop en Gerard de Brabander.

-0-

Verslag Clubkampioenschappen 2017

 

door Jaap Plokker

Van 21 t/m 23 december 2017 organiseerden we onze 33e clubkampioenschappen. Evenals vorig jaar vond dit evenement plaats in het gebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk, tevens het clubgebouw van vogelvereniging ‘De Kanarievogel’.

In december 2016 organiseerden we voor de eerste keer onze clubkampioenschappen in het verenigingsgebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk. Over het algemeen was de wedstrijd geheel naar tevredenheid verlopen, maar een paar verbeterpuntjes werden toch opgemerkt. Het gepraat in het conversatiegedeelte bleek toch hinderlijker voor zowel het keuren van vogels tijdens de keuring als het afluisteren gedurende de studiedag dan vooraf was verondersteld. Daarom werd besloten het keuren zoveel mogelijk te concentreren in de TT-ruimte en daar ook op zaterdag de waterslagers af te luisteren. Zo probeer je ieder jaar weer te leren van de vorige keer.  

De jaarvergadering op 28 november was tevens de sluiting van de inschrijving. Donderdag 30 november kwamen Gerard van Zuijlen, Ton Diepenhorst en Jaap Plokker bij Ton thuis bij elkaar om de inschrijvingen te verwerken en de volgorde van keuring te loten. Deze avond bleek dat 22 leden aan de wedstrijd zouden deelnemen, t.w. 4 leden hadden 48 harzers en 18 leden 282 waterslagers ingeschreven. Ze waren als volgt verdeeld: 9 stammen en 12 enkelingen harzers en 36 stammen, 30 stellen en 78 enkelingen waterslagers. Voor dit aantal waren 1 harzerkeurmeester en 6 waterslagerkeurmeesters benodigd, exact het aantal gecontracteerde keurmeesters. Vergelijken we voornoemde cijfers met voorafgaande jaren dan was het aantal deelnemers weliswaar met 1gedaald, maar het aantal ingeschreven vogels was aanzienlijk minder dan in 2016: 2015: 28 deelnemers, 44 harzers, 337 waterslagers, totaal 381 zangkanaries; 2016: 23 deelnemers, 44 harzers, 330 waterslagers, totaal 374 zangkanaries; 2017: 22 deelnemers, 48 harzers, 278 waterslagers, totaal 330 zangkanaries. Overzien we de deelname aan onze clubkampioenschappen dan constateren we sinds 2010 een gestage daling van zowel het aantal deelnemers als ingeschreven vogels. Niet alleen wij, maar vrijwel alle verenigingen met zangkanariekwekers, worden de laatste jaren geconfronteerd met een daling van het aantal liefhebbers en minder zangkanaries op de wedstrijden. De vergrijzing van onze sport eist steeds meer zijn tol.

In de eerste volle week van december organiseerde de Katwijkse vogelvereniging ‘De Kanarievogel’ traditiegetrouw haar afdelingstentoonstelling. Hiervoor waren bijna 130 waterslagers ingeschreven en zoals al jaren gebruikelijk is maakte zij gebruik van onze keurkamers en vervoerkoffers. Dit betekende dat bijna de helft van het materiaal dat wij voor onze wedstrijd nodig hadden al in het gebouw aanwezig was toen wij met de voorbereidingen op onze clubkampioenschappen begonnen. Om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de inzet van onze medewerkers werd besloten het resterende deel van het voor de wedstrijd benodigde materiaal op de dag van opbouwen van de opslag bij Ton Diepenhorst te verkassen naar de wedstrijdlocatie.

Foto. 21 december 2017. De opbouwploeg voor de 33e clubkampioenschappen tijdens de koffiepauze.

Opbouw en inkooien 21 december 2017
Op donderdag 21 december 2017 was ca. 09.30 u. de opbouwploeg, bestaande uit Piet Drop, Piet Hagenaars, Theo Kramp, Krien Onderwater, Henk Oudshoorn, Jaap Plokker, Paul Schilte, Tinus Teeuwen en Jan Zonderop in het gebouw present om de ruimtes vrij te maken, de keurkamers op te zetten, tafels met vervoerkoffers klaar te zetten voor het inkooien, etc., etc. Ook gingen twee mensen naar Ton Diepenhorst om daar diens aanhanger te laden en in twee ritjes met Ton het resterende wedstrijdmateriaal naar het clubgebouw te vervoeren. Met zoveel mensen verliep het verkassen en het opbouwen gesmeerd en omstreeks 12.00 u. stond nagenoeg alles op z’n plek en konden de inkooiers de  inzenders ontvangen. Vanaf 13.00 u. druppelden de deelnemers met hun vogels geleidelijk binnen. Ca. 19.45 u. werd de balans van het inkooien opgemaakt. Hein Lentz en André Toet hadden enkele dagen voor de wedstrijd al aangegeven dat zij niet met hun vogels zouden komen, omdat ze ontevreden waren over de kwaliteit van hun wedstrijdvogels op dat moment. Onverwacht waren ook de vogels van dhr. Errami absent. Ondanks dat werd besloten de aanwezige vogels over de keurkamers te verdelen. Om 20.30 u. konden de lichten uit en heerste er volkomen rust in het gebouw. Thuisgekomen is uiteraard dhr. Errami gebeld en werd duidelijk waarom de door hem ingeschreven vogels niet aan de wedstrijd zouden deelnemen. We misten dus de vogels van drie inzenders, bij elkaar bijna voldoende voor 1 keurmeester. De blinde lijsten werden aangepast en daaruit bleek dat nagenoeg alle keurmeesters op de keuringsdag een uur eerder klaar zouden zijn dan aanvankelijk gepland. 

Keuringsdag 22 december 2017
De keuringsdag, vrijdag 22 december, begon voor Jaap Plokker met het aanzetten van het koffiezetapparaat en het ‘luchten’ van de zangkanaries. Vanaf ca.08.00 u. kwamen ook de keurmeesters binnen. Na een kopje koffie met kerststol en het welkomstwoord van Jaap Plokker kregen de keurmeesters de blinde lijst uitgereikt en konden om 09.00 u. de eerste vogels op tafel gezet worden. De vogels werden door 7 keurmeesters beoordeeld: de harzers door Theo van Deursen; de waterslagers door: Joop Aelbrecht, Toon van Gestel, Willy Kling, Piet van de Kuil, Hubert Martina, en Krien Onderwater. Aspirant waterslagerkeurmeester Chagas Pinheiro had gevraagd te mogen bijzitten; ’s morgens was hij in gezelschap van Joop Aelbrecht en ’s middags zat hij bij Krien Onderwater.

Terwijl de keurmeesters de vogels afluisterden en de keurbriefjes invulden was elders in het gebouw het wedstrijdsecretariaat in vol bedrijf: Piet Drop, Max Gerhards, Paul Schilte en Jan en Tiny Zonderop verzamelden de keurlijsten, schreven de namen en ringnummers er op en voerden in de computer de resultaten in.  Terwijl het wedstrijdsecretariaat op volle toeren draaide zorgde Theo Kramp er voor dat de harzers op tijd voor de keurmeester verschenen. Tegen etenstijd verscheen ook Ageeth Onderwater om te helpen bij het diner.

Foto. 22 december 2017. Keuringsdag 33e clubkampioenschappen. Keurmeesters en medewerkers in de rij voor het Chinees buffet.

Rond het middaguur vertrok Ton Diepenhorst naar de Chinees om de maaltijd op te halen en werd de keuring onderbroken voor een aperitiefje. Nadat de als vanouds voortreffelijke Chinese maaltijd was genuttigd nam Jaap Plokker de gelegenheid om Piet van de Kuil en  Hubert Martina in het zonnetje te zetten. Beiden keurmeesters hadden besloten een punt achter hun carrière te zetten en deze keer was hun laatste keuring op de wedstrijd van de NZHU. Vele malen hadden zij de waterslagers op de clubkampioenschappen beoordeeld. Jaap dankte hen voor hun inzet voor de waterslagersport in het algemeen en de NZHU in het bijzonder en overhandigde hen een mooie orchidee en twee gerookte makrelen.

Toen ca. 16.00 u. de keuring achter de rug was en de keurmeesters met penningmeester Paul Schilte hadden afgerekend kon voor bestuur en medewerkers zonder overhaast gedoe de verdere organisatie opgepakt worden, zoals het verplaatsen van de transportkoffers naar de inkorfruimte, het voeren van de vogels, het afbreken van de keurcabines, het inrichten van de afluisterlocaties, het maken van de catalogus, etc. Inmiddels had Ton Diepenhorst z’n aanhanger opgehaald  en werd een deel van het niet meer benodigd wedstrijdmateriaal opgeladen en naar de opslagruimte vervoerd. Dat scheelde in ieder geval op 23 december na het uitkooien een rit. Daarna was aan vrijwel iedereen een welverdiende rust gegund. Dat gold niet voor Jaap Plokker die nog een klusje te klaren had: het in orde maken en drukken van de catalogus en oorkondes die daags daarop resp. aan de inzenders en prijswinnaars zouden worden uitgereikt. Rond 22.00 u. lag voor iedere inzender de catalogus klaar, waren de oorkondes gedrukt en zat voor hem de dag er ook op.
 
Foto. 23 december 2017. Studiedag 33e clubkampioenschappen. Geconcentreerde waterslagerkwekers tijdens het afluisteren.

Studiedag 23 december
Op zaterdag 23 december hadden we onze traditionele studiedag. De dag begon met het vaste ritueel van het open zetten van de koffers zodat de vogels konden eten en drinken. Om 09.00 u. arriveerde Krien Onderwater en konden de ringen van de belangrijkste prijswinnaars gecontroleerd worden.
Vanaf 09.30 u. druppelden de eerste mensen binnen en ca. 10.00 u. opende  Jaap Plokker de studiedag met een korte toespraak en het bekend maken van de belangrijkste prijswinnaars. Vervolgens werden de catalogi en keurlijsten uitgedeeld. Nadat die in ontvangst waren genomen volgde een periode waarin men het erg druk had met het bestuderen van de catalogus, de eigen keurlijsten en die van de tafelgenoten. Inmiddels was het aantal bezoekers gegroeid en het dus de hoogste tijd om de eerste vogels af te luisteren.
Om ca. 10.30 u. begon de eerste afluisterronde. Omdat Andries Gort zich ziek had afgemeld moesten de afluisteraars gezamenlijk de vogels becommentariëren. Met zoveel ervaring en kennis van zaken in de zaal verliep dat prima. Voor het middaguur was er voor de waterslagers één uitgebreide afluisterronde waarin de mooiste enkelingen en de prijswinnende stellen op tafel kwamen. In een van de opslagruimtes had zich een klein gezelschap harzerkwekers verzameld, dat de regie volledig in eigen hand had en naar believen vogels afluisterde.
Geheel volgens het tijdschema ging iedereen om ca. 12.00 u. naar het conversatiegedeelte van de vergaderzaal voor de middagpauze. Daar kon men zich te goed doen aan erwtensoep, broodjes gehaktbal, etc. Ageeth en Mandy Onderwater hadden de handen vol om aan iedereen het bestelde te kunnen presenteren. Van de pauze werd tevens gebruik gemaakt om een verlotingsronde te houden en wisselden de eerste orchideeën van eigenaar.

Foto. 23 december 2017. Studiedag 33e clubkampioenschappen. De harzerkwekers hadden hun eigen onderkomen. Vlnr. Jacques de Beer, Max Gerhards en Gerard van Zuijlen.

In de middag was er ook één afluistersessie. Bij de waterslagerkwekers kwamen de mooiste stammen op tafel. Omstreeks 14.30 u. werd het laatste viertal van tafel gehaald en nam iedereen plaats in de vergaderzaal voor een drankje, een pauzepraatje en de tweede en laatste verloting o.l.v. Ageeth en Mandy Onderwater.  Dankzij Gerard van Zuijlen zaten er schitterende orchideeën in de prijzenpot en de meeste lotenkopers konden dan ook één of meer gewonnen orchideeën mee naar huis nemen.
Alvorens tot de uitreiking van het eremetaal over te gaan werden Ageeth en Mandy Onderwater bedankt voor het organiseren en bemensen van het buffet en Theo Kramp werd in het zonnetje gezet voor al de jaren dat hij de organisatie van de harzerwedstrijd voor z’n rekening neemt. Zij gingen ieder aan het eind van de middag met een mooie orchidee naar huis. De studiedag werd traditioneel afgesloten met de prijsuitreiking. Dit jaar bestond  het ‘eremetaal’ wederom uit geldprijzen. Als blijvende herinnering ontvingen de 1e t/m 3e prijswinnaars en de derbywinnaars een oorkonde en de overige prijswinnaars een bondsmedaille.
Iets later dan de planning, nl. om 15.10 u., kon begonnen worden met het uitkooien. Hierna volgden voor de medewerkers nog de grote schoonmaak en het vervoer van het materiaal naar de opslagruimte bij Ton Diepenhorst. Dankzij de welwillende medewerking van een groot aantal inzenders ging het opruimen bijzonder snel. Terwijl een groepje het materiaal naar de opslag vervoerde en daar op z’n plek zette bleven anderen in het gebouw achter om alles in te richten zoals het op donderdag was aangetroffen: een hele klus. Omstreeks 17.30 u. stond al het materiaal bij Ton Diepenhorst op z’n plek en was in het gebouw alles in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Slot
Tot slot is een bijzonder woord van dank op z’n plaats. Ik wil de verenigingen ‘De Kanarievogel’ en ‘KoPluKo’ bedanken voor het mogen gebruiken van hun faciliteiten in hun clubgebouw.  Ik wil graag Krien, Ageeth en Mandy Onderwater bedanken voor het wederom organiseren van het buffet. Jullie hebben het dit jaar weer voortreffelijk gedaan, bedankt.  Een dankwoord is ook op z’n plaats voor de leden die het bestuur hebben geholpen tijdens de opbouw- en opruimwerkzaamheden en hand- en spandiensten hebben verricht tijdens de wedstrijd- en studiedagen, t.w.  Tiny en Jan Zonderop, Piet Drop, Piet Hagenaars, Theo Kramp, Krien Onderwater, Henk Oudshoorn en Tinus Teeuwen. Naast genoemde personen wil ik ook graag de inzenders in mijn dank betrekken voor het helpen bij het opruimen van de wedstrijdlocatie na het uitkooien. Last but not least wil ik m’n medebestuursleden, Ton, Gerard, Jacques, Max, André en Paul bedanken voor hun betrokkenheid en inzet voor de vereniging gedurende het jaar 2017.

Onze 33e clubkampioenschappen werden voor de tweede keer georganiseerd in het gebouw van stichting Kleindierensport Katwijk. De op de ervaringen van vorig jaar gebaseerde aanpassingen pakten goed uit en de sfeer tijdens de studiedag was ouderwets ontspannen en gezellig. Het was daarom in mijn beleving van 21 t/m 23 december 2017 goed toeven in het gebouw van stichting Kleindierensport Katwijk. Hopelijk tot volgend jaar.

Prijswinnaars 2017
De prijswinnaars van onze 33e clubkampioenschappen, welke gehouden werden van 21-23 december 2017, zijn:  

Harzers:
Meesterzanger: Lis Reichgelt, 90 pnt. Stammen: 1e prijs: Lis Reichgelt, 363 pnt.; 2e prijs stammen: Jacques de Beer, 355 pnt. Enkelingen: 1e prijs: Lis Reichgelt, 87 pnt. Derby: Lis Reichgelt, 90 pnt.

Waterslagers:

Meesterzanger en winnaar NBvV Bondskruis: Rob Bisschops, 148 pnt.
Stammen: 1e prijs: Joop Aelbrecht, 578 pnt.; 2e prijs: Freek Schot, 577 pnt.; 3e  prijs: Willy Kling, 572 pnt.; 4e prijs: Jan Zonderop, 559 pnt.; 5e  prijs: Krien Onderwater, 556 pnt.; 6e prijs: Willy Kling, 555 pnt.; 7e prijs: Jaap Plokker, 547 pnt.; 8e prijs: Krien Onderwater, 537 pnt.
Stellen: 1e en 2e prijs: Rob Bis-schops, resp. 298 en 288 pnt.; 3e prijs: Piet Hagenaars, 285 pnt.; 4e prijs: Piet Drop, 282 pnt. Enkelingen: 1e t/m 4e prijs: Willy Kling, resp. 144, 143, 143 en 142 pnt.; 5e prijs: Joop Aelbrecht, 141 pnt. Derby: Krien Onderwater, 143 pnt.

-0-

 

Nederlandse kampioenschappen zangkanaries op dood spoor?

door Jaap Plokker

Van 11 t/m 14 januari 2018 organiseerde de NBvV de Nederlandse kampioenschappen. Voor de eerste keer vonden die plaats in de IJsselhallen te Zwolle. Met in totaal 21 deelnemers en 200 zangkanaries werd op Vogel ’18 een dieptepunt bereikt in de belangstelling van zangkanariekwekers voor deelname aan de bondskampioenschappen. Jaap Plokker laat z’n gedachten de vrije loop.

Het exacte jaar waarin ik voor de eerste keer waterslagers inschreef voor de bondskampioenschappen van de NBvV weet ik niet meer, maar afgaande op de oudste in mijn bezit zijnde catalogus zou dat best wel eens Vogel ’83 geweest kunnen zijn. De wedstrijd werd gehouden van 13 t/m 16 januari 1983 in het zalen- en congrescentrum ‘Het Turfschip’ in Breda. Er waren 400 zangkanaries ingeschreven, t.w. 173 harzers en 267 waterslagers, door respectievelijk 25 en 36 inzenders. Timbrado’s werden toen in Nederland nog niet gekweekt. Het totaal ingeschreven wedstrijdvogels bedroeg meer dan 6500.
Sindsdien heb ik bijna geen bondskampioenschap overgeslagen en vaak een stam waterslagers en 6 japanse meeuwtjes, een stam en twee enkelingen, ingezonden. In januari 1998 vonden voor het laatst de bondskampioenschappen van de NBvV plaats in Breda. ‘Het Turfschip’ stond op de nominatie gesloopt te worden en noodgedwongen werd verhuisd naar de ‘Americahal’ in Apeldoorn. Van januari 1999 t/m Vogel ’17 waren in deze hal de bondskampioenschappen gehuisvest. Ook de ‘Americahal’ ontkomt niet aan de slopershamer en met ingang van januari 2018 zijn de IJsselhallen in Zwolle het onderkomen van de inmiddels in Nederlandse kampioenschappen omgedoopte bondskampioenschappen van de NBvV.
Voor Vogel ’18 werden in totaal 200 zangkanaries ingeschreven, t.w. 76 harzers, 80 waterslagers en  44 timbrado’s, door resp. 7 , 8 en 6 inzenders. Ik kan me niet heugen dat er ooit voor de bondskampioenschappen van de NBvV vanuit de kring van zangkanariekwekers zo weinig belangstelling was. Met name het aantal van 80 waterslagers beschouw ik als een dieptepunt in de zangkanarie historie van de NBvV. Dit aantal wordt nog schrijnender als we bedenken dat sinds Vogel ’17 de bondskampioenschappen  toegankelijk zijn voor zangkanariekwekers van zowel de NBvV als de voormalige ANBV.

Kampioenschap speciaalclub populairder dan nationaal kampioenschap
Nu is het geen geheim dat de zangkanariesport de laatste decennia te kampen heeft met een verminderde belangstelling. De sterke vergrijzing onder de zangkanariekwekers heeft tot gevolg dat het aantal fokkers ieder jaar daalt en dit in een steeds sneller tempo lijkt te gaan. Dat als gevolg van deze ontwikkeling het aantal deelnemers en ingezonden vogels voor wedstrijden een dalende trend vertoont ligt voor de hand. Vergelijken we echter het aantal kwekers en ingezonden zangkanaries voor Vogel ’18 met die van andere representatieve wedstrijden dan lijkt er meer aan de hand dan een verminderde belangstelling voor Vogel ’18 als gevolg van de daling van het aantal fokkers. Voor de nationale tentoonstelling van  ‘De Vogelvriend’ te Leerdam, begin december 2017, werden door 14 deelnemers 268 waterslagers ingeschreven. Voor de vlak voor Kerstmis door de Speciaalclub Zang NZHU te Katwijk georganiseerde clubkampioenschappen schreven 22 fokkers in totaal 330 zang-kanaries in, t.w. 48 harzers (4 inzenders) en 282 waterslagers (18 inzenders); In Urk werden tussen Kerst en Nieuwjaar door 5 inzenders 52 harzers en door 15 deelnemers 268 waterslagers ingeschreven; 18 leden namen deel aan de in de eerste week van januari 2018 gehouden clubkampioenschappen van de Landelijke Speciaalclub Harzers (LSH) te Bennekom; zij zonden 228 harzers in, en voor de medio januari georganiseerde clubkampioenschappen van ‘De Nachtegaal’ in Rijssen schreven 34 leden 516 waterslagers in. Kijken we naar de waterslagers dan verbleekt het aantal van 8 deelnemers en de 80 voor de nationale kampioenschappen te Zwolle ingeschreven vogels bij de belangstelling voor andere dit jaar georganiseerde wedstrijden. Bij de harzers, waarvan mij van minder wedstrijden gegevens bekend zijn, lijkt het beeld identiek. Werden voor de clubkampioenschappen van de LSH, door 18 leden 228 harzers ingeschreven, voor de nationale kampioenschappen schreven 7 deelnemers 76 harzers in. Het heeft er alle schijn van dat zangkanariekwekers veel liever kampioen van Bennekom, Katwijk, Leerdam, Rijssen of Urk worden, dan Nederlands kampioen.

Vastgeroest in verleden
In Nederland kreeg Feyenoord in 2017 met het behalen van het landskampioenschap in de eredivisie beduidend meer handen op elkaar dan Jong AZ met het behalen van de landstitel in de tweede divisie. In zangkanarieland liggen de verhoudingen kennelijk wezenlijk anders. Dat is vreemd en vraagt om een verklaring. Doet de NBvV iets verkeerd? Voelen zangkanariekwekers zich stiefmoederlijk behandeld, of is er meer aan de hand? Op 4 november 2017 was ik aanwezig op de ledenvergadering van waterslagerspeciaalclub ‘De Nachtegaal’ in Urk en was daar getuige van een eindeloze tirade tegen de bondskampioenschappen van de NBvV in Apeldoorn. Om de haverklap viel daar het woord ‘Zutphen’, de locatie van de bondskampioenschappen van de voormalige ANBV, en naarmate de discussie duurde ontpopte dat Zutphen zich tot een soort zangkanarieparadijs waarin alleen Adam en Eva ontbraken. Echter, ‘Zutphen’ is voltooid verleden tijd, zoals er ook al jaren bij mij geen touwtje meer uit de brievenbus hangt; na dit jaar het door mij nog steeds trouw geraadpleegde papieren telefoonboek nooit meer op mijn deurmat zal vallen en de NZHU haar wedstrijden niet meer organiseert in de school aan de Jan Evertsenlaan in Katwijk. Denk ik nooit meer terug aan de periode in de school? Natuurlijk wel, maar het heeft geen zin me tot in lengte van jaren bezig te houden met de voordelen van de school boven de huidige locatie. De toekomst van de NZHU ligt voorlopig in het gebouw van Stichting Kleindierensport Katwijk. Daar moeten we binnen ons budget er van proberen te maken wat er van te maken valt. Het ID College is passé: zwijmelen over goed hoe het vroeger was is leuk voor nostalgische praatjes aan de bar; weinig zinvol voor hoe je in een nieuwe omgeving met andere mogelijkheden en beperkingen een wedstrijd moet organiseren.

Waar een wil is, is een weg
Om te doorgronden waarom aanvankelijk ‘Apeldoorn’ en nu ‘Zwolle’ kennelijk niet de handen op elkaar krijgen van de zangkanariekwekers moest ik denken aan een voorval van al weer een aantal jaren geleden. Om de NZHU te promoten bezochten Ton Diepenhorst, Gerard van Zuijlen en ondergetekende in november 2007 een studiedag van de toen nog bestaande Rotterdamse Federatie van harzerkwekers. In de middagpauze mochten we een kort promotiepraatje voor de NZHU afsteken. Een teken aan de wand was dat sommige kwekers na de aankondiging van onze presentatie prompt het zaaltje verlieten en een bezoek aan het buffet belangrijker achtten dan ons aan te horen. Na ons gloedvol betoog kregen we als reactie dat we niet op leden uit de Rotterdamse regio hoefden te rekenen, omdat onze wedstrijd te dicht op die van ‘Zutphen’ zat. De opmerking dat op onze wedstrijd de vogels in de koffers bleven en dus qua belichting nagenoeg onder dezelfde omstandigheden verkeerden als bij de kwekers thuis was tegen dovemansoren gezegd. Enkele jaren later ging de Rotterdamse Federatie ter ziele. Wie misschien had gedacht dat de verenigingsloze harzerkwekers ‘en groupe’ hun toevlucht zochten bij de NZHU, die in de regel voor Kerstmis en dus ruim voor ‘Zutphen’ haar wedstrijd organiseerde, kwam bedrogen uit. De nog overgebleven harzerkwekers besloten zelf een eigen stammenwedstrijd in Barendrecht, nu in Dordrecht, te organiseren en om aan voldoende vogels te komen nodigden ze ook kwekers uit van buiten de regio Rotterdam. Moraal van het verhaal: De harzerkwekers in de regio Rotteram hadden totaal geen zin om lid te worden van de aan de NBvV gelieerde NZHU; wilden liever onder elkaar blijven, baas in eigen huis zijn. Dat was overigens hun volste recht, laten we daar duidelijk over zijn. In 2007 spraken zij echter hun werkelijke beweegredenen, mogelijk uit beleefdheid, niet uit, maar camoufleerden het met een rationeel overkomend schijnmotief: het voor hen ongelukkige tijdstip van de wedstrijd van de NZHU. Als er daadwerkelijk een behoefte was geweest om met de wedstrijd van de NZHU mee te doen had men ongetwijfeld over het ‘Zutphenprobleem heen gestapt. Waar een wil is, is een weg; waar geen wil is wordt elk strootje opgeblazen tot een onoverkomelijk obstakel.

Foto. 12 januari 2018. Vogel ’18 te Zwolle. De toekomst van de zangsport op de Nederlandse kampioenschappen? De zangkanaries ondergebracht in containers in de grote hal. Links harzerkeurmeester Erik Buizer en bondsvoorzitter Klaas Snijder.

Kritiek op huisvesting zang in ‘Apeldoorn’
Nu terug naar de bondskampioenschappen van de NBvV. Zaten, gegeven de omstandigheden, de zangkanaries zo beroerd in Apeldoorn, en hadden de criticasters tijdens de ledenvergadering van ‘De Nachtegaal’ in Urk recht van spreken? Ik kan uit eigen ervaring uitsluitend spreken over de bondskam-pioenschappen van de NBvV. In ‘Het Turfschip’ in Breda stonden de zangkanaries op een bovenverdieping in een apart zaaltje achter groene gordijnen. Het zaaltje was een gezellig ontmoetingpunt voor de zangkanariekwekers, maar daar bleef het wel bij. Om de vogels te beschermen tegen de verlichting bleven ze hoofdzakelijk achter de groene gordijnen. In Apeldoorn stonden de zangkanaries aanvankelijk, deels achter dezelfde groene gordijnen, in de grote hal tegen de achtermuur. Geen bezoeker kon er om heen. Toen er kritiek kwam op het feit dat de vogels in de hal wel heel lang in het volle licht zaten werd, om de zangkanariekwekers tegemoet te komen, amper verlichte kleedkamers in gebruik genomen. Tot een golf van deelnemers heeft deze verandering niet geleid, integendeel, ondanks dat mijn vogels in de kleedkamers van de ‘Americahal’ veel donkerder zaten dan bij mij thuis was en bleef ‘Apeldoorn’ voor veel zangkanariekwekers een onvoldoende scoren, zeker voor leden van de voormalige ANBV.

Zwolle is behelpen
Ik kan me de reacties van de zangkanariekwekers op ‘Zwolle 2018’ al voor de geest halen voordat ik er één heb gehoord: De IJsselhallen hebben binnen de uitstraling van een veemarkt, wat ze ook jarenlang zijn geweest; voor zangkanaries en zangkanariekwekers gereserveerde, besloten ruimten, waarin de vogels verduisterd waren ondergebracht, de kwekers elkaar konden ontmoeten en vogels konden afluisteren waren niet voorhanden; integendeel, de zangkanaries stonden in de grote hal in containers, waarvan de deuren tijdens de openingsuren vnl. open stonden om het publiek een blik naar binnen te gunnen en binnen de containers was met de deur open van afluisteren geen sprake, omdat het geroezemoes uit de hal de kanariezang overstemde.
Welwillende medewerkers zoals Erik Buizer en Piet Hagenaars gingen met mensen die de vogels in alle rust wilden afluisteren naar binnen en sloten voor even de deur. Zangkanariekwekers, voor zover aanwezig, klitten wat bij elkaar rond de containers of liepen wat verweesd rond door de hal. Was dit voor zangkanaries en hun inzenders een ideaal onderkomen? Verre van dat. Ik verwacht dat de criticasters die in november 2017 in Urk het woord voerden, zich in rotten van vier zullen opstellen om aan te geven dat zij nooit zangkanaries zullen inschrijven vanwege voornoemde accommodatie in de IJsselhallen. De grote vraag rijst echter of ze wel zullen komen wanneer door de NBvV het zangkanariebedje voor hen wordt gespreid
. Gezien het wegblijven van kwekers na de verhuizing in de ‘Americahal’ van de grote zaal naar de verduisterde kleedkamers is enige scepsis gerechtvaardigd.

 Foto. 12 januari 2018. Vogel ’18 te Zwolle.  De opstelling van de zangkanaries in de containers, met rechts stoelen om naar de vogels te kijken en evt. af te luisteren.

Zangkanariekwekers willen onder elkaar zijn
Wat moet je nu als organiserende NBvV? Welke investeringen moet je doen om tegemoet te komen aan de wensen van kwekers van wie het hoogst onzeker is of ze wel zullen, zo niet willen, komen. Immers waar een wil is, is een weg, maar waar geen wil is wordt elk strootje opgeblazen tot een onoverkomelijk obstakel. Wat is nu de wil van de meeste zangkanariekwekers? Laat de feiten spreken: De Landelijke Speciaalclub voor Harzers organiseerde haar wedstrijd in de week voor ‘Zwolle’; daags voor het inkooien voor de Nederlandse kampioenschappen konden de vogels in Bennekom opgehaald worden. De waterslagerspeciaalclub ‘De Nachtegaal’ organiseerde haar wedstrijd in de week na ‘Zwolle’; zondag vogels ophalen in Zwolle, woensdag inkooien in Rijssen. Voor de LSH hadden 18 kwekers 228 harzers ingeschreven; voor ‘De Nachtegaal’ 34 kwekers, 516 waterslagers. Daartussen zaten dus de Nederlandse kampioenschappen van de NBvV in Zwolle met resp. 76 harzers van 7 inzenders en 80 waterslagers van 8 deelnemers. Voor mij staat het als een paal boven water dat zangkanariekwekers het liefst in eigen, besloten kring verkeren om in deze entourage een onderlinge wedstrijd te organiseren. Zolang deze behoefte blijft bestaan en de genoemde wedstrijden van speciaalclubs om de bondskampioenschappen zijn gedrapeerd  zal het voor veel zangkanariekwekers, naar mijn verwachting, met de bondsshow nooit wat worden.

Slot
Hoe moet het nu verder met de zang op de bondskampioenschappen? De IJsselhallen ken ik alleen van de ruimtes die nu toegankelijk waren. Veel mogelijkheden voor wedstrijdomstandigheden gelijkend op die van een speciaalclub heb ik niet gezien. Wellicht moet men dat ideaalbeeld voor de nationale kampioenschappen ook wel laten varen. Het lijkt me duidelijk dat de planning van speciaalclubwedstrijden voorafgaand aan of direct volgend op ‘Zwolle’ niet bevorderlijk is voor het aantal deelnemers in de IJsselhallen. Als puntje bij paaltje komt verkeren de meeste zangkanariekwekers veel liever in de beslotenheid van collega kwekers onder elkaar, dan dat zij verloren gaan in de massaliteit van een Nederlands kampioenschap in een voormalige veemarkt. Bovenal heeft de organiserende NBvV weinig grip op wat er zich in de bovenkamer van de zangkanariekwekers afspeelt. Zolang in brede kring het behalen van het Nederlands kampioenschap niet ervaren wordt als het ultieme doel van elke zangkanariekweker ontbreekt de benodigde ambitie en dus ook de drijfveer om aan de bondskampioenschappen deel te nemen. Dit is mogelijk het belangrijkste knelpunt, immers, waar een wil is, is een weg; waar geen wil is wordt elk strootje opgeblazen tot een onoverkomelijk obstakel. 

-0-

Niet-chemische luisbestrijding

door Jaap Plokker

Regelmatig wordt er in ons clubblad aandacht geschonken aan de overlast van bloedmijten in onze vogelverblijven en de bestrijding daarvan. Ons clubblad is o.m. bedoeld om praktijkervaringen uit te wisselen, ook wat betreft de plaaggeest die we onder elkaar ‘bloedluis’ noemen. Daarom hieronder een volgende episode uit wat we wel een ‘never ending story’ kunnen noemen.1

In 2017 werden we weer eens geconfronteerd met de gevolgen van ongediertebestrijding met chemische middelen. Miljoenen eieren werden vernietigd, omdat sporen van het bloedluisbestrijdingsmiddel Fipronil er in waren aangetroffen. De rode bloedluis is niet alleen een plaag voor de pluimveehouderij, maar ook wij hebben er weet van dat een broedseizoen soms helemaal naar de knoppen kan gaan als gevolg van een explosie van bloedluis.
In editie 2017-3 van ons clubblad verscheen onder de titel ‘Op consult bij Hedwig van der Horst’ een verslag van een door deze dierenarts bij ‘De Kanarievogel’ te Voorburg verzorgde lezing. In haar betoog stipte Hedig van der Horst ook even de bestrijding van bloedluizen, of beter bloedmijten, aan. Zij maakte daarbij een onderscheid tussen in de reguliere handel verkrijgbare:
-          chemische bestrijdingsmiddelen/pesticiden;
-          bestrijdingsmiddelen op basis van natuurlijke stoffen;
-          natuurlijke vijanden
.
Ik zou aan dit rijtje nog de volgende willen toevoegen:
-          huis-, tuin- en keukenmiddeltjes.

Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes
Om met de laatste te beginnen. Onze generatie kent nog ongetwijfeld de in 1997 overleden Klaasje Rotstein-van den Brink. Ons beter bekend als ‘Klazien uut Zalk’. Je kon zo gek niet bedenken: eksterogen, likdoorns, wintertenen, hielkloven, enz., of Klazien wist wel een kruid of kruidenaftreksel waarmee je dit euvel te lijf kon gaan. Het is me niet bekend  of Klazien ook een bestrijdingsmiddel tegen bloedluis had gevonden, maar als je op vergaderingen van vogelverenigingen je oor te luisteren legt komt een scala aan huis-, tuin- en keukenmiddeltjes voorbij: tabak, kamille, petroleum, slaolie, enz. Het is net als bij de medicatie suggesties van Klazien: de één zweert er bij, de ander rangschikt het onder de noemer ‘kwakzalverij’ en ervaart het bestrijdingsmiddel soms erger dan de kwaal.

Pesticiden
Een druppeltje Parasita in de nek is tegenwoordig door mij de meest gehoorde bestrijdingsmethode van bloedluis in vogelverblijven. Met het door de firma Beaphar op de markt gebrachte middel, - Een flesje 0,12% oplossing van 50 ml kost ca. € 10,00. - schijnt menig vogelliefhebber op dit moment tevreden te zijn. Evenals het voornoemde Fipronil is Parasita een chemisch bestrijdingsmiddel. Beaphar gebruikt voor Parasita de werkzame stof Ivermectine. Over het gebruik van pesticiden in de ongediertebestrijding ontwikkelt zich een groeiende weerstand, omdat de neveneffecten op mens, dier en milieu op den duur vaak negatief blijken te zijn. Pesticiden die in het verleden frequent zijn toegepast blijken niet zo onschuldig te zijn als aanvankelijk werd verondersteld.2
Een bijkomend nadeel is dat het te bestrijden ongedierte vaak een resistentie opbouwt tegen de werkzame stof waardoor de toe te dienen doses steeds sterker moeten worden en op den duur het middel zelfs z’n effectieve werking verliest. Inmiddels blijkt in de veehouderij dat sommige parasieten al een resistentie tegen Ivermectine hebben opgebouwd en het wachten is op het moment dat ook ons druppeltje Parasita in de nek niet meer werkt.

Foto. 23 december 2017. Studiedag 33e clubkampioenschappen. Pauzepraatje tussen Piet Drop, Jan Zonderop, Willy Kling, Freek Schot en Henk van der Wel. Waar zangkanariekwekers bij elkaar komen is bloedluis en hoe die te bestrijden een regelmatig terugkerend gespreksonderwerp.

Natuurlijke vijanden
Het is al weer geruime tijd geleden dat een noviteit op de markt verscheen: bloedluizen bestrijden met natuurlijke vijanden, t.w. roofmijten. Het grote voordeel is dat de bestrijding langs volstrekt natuurlijke weg verloopt, natuur en milieu geen schade ondervinden en de luizen geen resistentie kunnen opbouwen. Het is een bestrijdingmethodiek die tot in lengte van jaren toegepast kan worden. Tegenwoordig brengt de firma Refona roofmijten onder de handelsnaam Dutchy’s op de markt. Uitgebreide informatie over de roofmijten en de bestrijdingsmethodiek is te vinden op de website van Refona.3
Over de bestrijding van bloedluizen met roofmijten zijn de meningen verdeeld. Op basis van praktijkervaringen is de ene fokker uitermate tevreden, terwijl anderen zo hun bedenkingen hebben. Omdat, zoveel jaar na de introductie, er nog steeds een markt voor Dutchy’s bestaat zou men kunnen concluderen dat het benutten van natuurlijke vijanden voor de bestrijding van bloedluis tot de effectievere, milieuvriendelijke methoden behoort.
Op Internet vond ik een aanbieding van 5.000 roofmijten voor € 19,75. Deze dosis is voldoende voor 20 m hokoppervlak. De verkoper stelt ‘Voor een langdurige en/of preventieve werking is het aan te raden om na 5 weken al nieuwe roofmijten uit te zetten’.3 Geeft men gehoor aan dit advies dan behoort het gebruik van roofmijten overduidelijk tot een van de kostbaardere bestrijdingsmethoden tegen bloedluis.
 

Natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen bloedluis  -  Sylicaten
Naast het inzetten van natuurlijke vijanden bestaan er nog meer milieuvriendelijke methoden om bloedluis te bestrijden, zoals het gebruik van sylicaten. Hedwig van der Horst noemde tijdens haar lezing op 15 mei 2017 de volgende producten die siliciumdioxide, het belangrijkste bestanddeel van glas, als werkzame stof bevatten: Home Shield en Finecto. 

Home Shield
Het product Home Shield ken ik van naam en van kwekers die het gebruiken, maar ik heb er zelf geen ervaring mee. Op de website van Home Shield, www.homeshield.nl, wordt de werking van dit product uit de doeken gedaan:
Home Shield is een fijn poeder, bestaande uit speciaal geprepareerde fossiele plankton. (…) Fossiele plankton bestaat uit microscopisch kleine omhulsels van eencellige plantaardige plankton (Phytoplankton). (….) De fossiele plankton heeft sterk absorberende eigenschappen, zelf voor oliën, wassen en vetten. Kruipende insecten bezitten een natuurlijke beschermende waslaag op hun buitenste omhulsel. Deze waslaag zorgt ervoor dat ze niet uitdrogen. Worden de insecten echter bestoven met Home Shield, dan wordt deze beschermlaag geabsorbeerd en de insecten drogen vervolgens uit.
Voor een effectieve  bestrijding van de bloedmijten moet per m2 ca. 5 gram Home Shield poeder gestrooid worden. Home Shield wordt verkocht in flacons van 250 ml. De prijs waarvoor een flacon op Internet wordt aange-boden varieert tussen de 13 en 15 euro.

Diatomeeënaarde
Voor een beter begrip duiken we even dieper in deze materie. De op de website van Home Shield genoemde ‘fossiele plankton’ kennen we ook wel als diatomeeën, die worden aangetroffen in de zogenoemde diatomeeënaarde. Deze delfstof, die ook wel bekend is onder de naam kiezelaarde, kiezelgoor, kiezelgoer, bergmeel en siliciumdioxide, bestaat uit 150 miljoen jaar oude eencellige schelpdiertjes, kiezelwieren, met een skelet dat voor bijna 100% uit silicium bestaat en zo klein zijn dat ze met het blote oog niet te zien zijn. Onder de microscoop lijken de fossiele skeletjes op glassplinters. Wanneer luizen op hun rooftocht naar bloed onderweg in aanraking komen met deze minuscule messcherpe fossiele skeletjes raakt hun washuid beschadigd en drogen ze uit.
Diatomeeënaarde wordt overigens als delfstof gewonnen en voor de meest uiteenlopende toepassingen benut.4

Finecto
Enige jaren geleden werd ik geconfronteerd met Finecto+ (Finecto Plus) als een milieuvriendelijk luisbestrijdingsmiddel. Ik heb dat toen aangeschaft en het enige jaren tot volle tevredenheid gebruikt, totdat ….

Toen ik Finecto+ voor de eerste keer kocht hing er aan de hals van de spuitflacon een bijsluiter. Van de inhoud werd ik niet veel wijzer, wel wat er op het etiket op het flacon vermeld stond als werkzame stof: siliciumdioxide, diatomeeënaarde. Zowel Home Shield als Finecto+ maken dus gebruik van fossiele kiezelwieren om luizen te bestrijden, met dit verschil dat Home Shield een poeder bevat dat op de schuilplaatsen van de bloedmijten verstoven moet worden en bij Finecto+ de kiezelwieren vermengd met water in een spuitflacon werden verkocht met de bedoeling de oppervlakten te bespuiten waar ’s nacht de luizen tevoorschijn komen. Het was zaak om de flacon voor gebruik goed te schudden en menigmaal raakte bij mij de toevoer naar de spuitkop verstopt, omdat ik niet lang genoeg geschud had en een slijmerige, op nat waspoeder gelijkende, substantie zich voor het filtertje van het toevoerslangetje had opgehoopt. Als na het spuiten het water was opgedroogd bleef een wit poeder  achter dat zich goed aan het materiaal had gehecht en wanneer je daar met je vingers over gleed wat vettig aanvoelde. Na het spuiten moest de spuitkop, om verstopping te voorkomen, ook met schoon water goed doorgespoeld en gereinigd worden van de achtergebleven kiezelwieren. Zoals gezegd heb ik enige jaren in het voorjaar m’n vogelverblijf en broedkooien goed ondergespoten met Finecto+ en al die tijd bij mijn vogels geen hinder van bloedluis bespeurd. Ik was dus tevreden over Finecto+ en heb het ook anderen aangeraden, maar bovenstaande is niet voor niets in de verleden tijd geschreven.

Begin 2017 was mijn voorraad Finecto+ op en toog ik, na een tip van Krien Onderwater, naar de Horticoop in Rijnsburg om nieuwe flacons Finecto+ te kopen, dat op dat moment in de reclame was. In de winkel zag ik dat het etiket anders was, maar volgens de verkoper was er aan de samenstelling niets veranderd en had het middel nog dezelfde werking als voorheen. Toen ik met de spuitbus rond ging rook ik echter een andere lucht en miste ik ook na het opdrogen van het water het voorheen duidelijk waarneembare witte poeder dat zich aan het hout had gehecht. Toen ik later in huis, waar ik enkele kanaries in universeelkooien had geplaatst, op de achterwand van de kooi bloedluizen ontdekte en die met Finecto+ meende te kunnen bestrijden kwam ik bedrogen uit. De luizen waren enkele dagen onzichtbaar, maar binnen een week liepen ze in het donker weer vrolijk rond.  Ik spoot wel Finecto+, maar waarvoor eigenlijk. De geur was allerminst smerig, maar voor een fractie van het geld dat ik voor Finecto+ neertelde had ik een veel lekkerder ruikende luchtverfrisser. Tijd dus voor nader onderzoek.

De etikettering van Finecto+ is de laatste jaren gewijzigd, de werkzame stof ook!

De tekst op het flacon was gewijzigd van Finecto+, Bloedluis Spray in Finecto+ Protect, Aromatische omgevingsspray. De werkzame stof silicium-dioxide, diatomeeënaarde was vervangen door aromatische stoffen. De nieuwe Finecto+ is dus niet meer gebaseerd op het effect van fossiele kiezelwieren op de huid van de mijten en heeft daardoor zijn bloedluis vernietigende werking verloren. Dit verklaart waarom bij mij na een paar dagen de luizen weer in colonne naar de in de universeelkooi op stok zittende waterslagers marcheerden.

Waarom vervangt een fabrikant een goed werkend bestrijdingsmiddel door een vloeistof met een luchtje dat luizen voor even wegjaagt? De website van Finecto, www.finecto.com, geeft uitsluitsel.
In de rubriek ‘Veel gestelde vragen’ werd mijn aandacht direct getrokken  door de vraag: ‘
Wat is er in 2015 verandert aan de samenstelling van de Finecto+ spray?’ Het antwoord was voor mij heel verhelderend en verklaart ook waarom ik over de Finecto ‘nieuwe formule‘ minder tevreden was:‘Als u de Finecto+ spray al enkele jaren gebruikt, kan het zijn dat u een verandering heeft gemerkt aan de samenstelling en etikettering. De reden hiervan is de wetswijziging in Nederland die op 1 juli 2015 is ingegaan. Door deze nieuwe regelgeving mocht de spray geen glas meer bevatten, wat er als grove delen silicium wel in zat. Wij hebben hier gedurende 5 jaar tegen geageerd, maar onze overheid in deze vertegenwoordigd door het CTGB (Het College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden, J.P.) in Wageningen geeft aan dat zij onder druk van de chemische industrie in Brussel hebben “moeten besluiten” dat glas een chemische reactie aangaat met de chitinelaag van de luis en daarom niet gebruikt mag worden. Deze stellingname is volstrekt onmogelijk, maar zo werkt het in Europa. Wij zijn daardoor genoodzaakt geweest om onze formulering aan te passen. De grove delen silicium (glas) zijn dus verminderd, waardoor het effect op de volwassen stadia van de luis minder direct is geworden. Omdat volwassen luizen groter zijn, schuren zij niet meer genoeg hun buik open. (…..) De oude formulering ‘Bloedluisspray’ mag dus niet meer verkocht worden, ook niet in de professionele markt. Vandaar dat onze spray nu ‘Protect’ heet.’

Ondanks de afgenomen werking tegen volwassen luizen heeft het kopen en spuiten van de Finecto+ Aromatische spray volgens de fabrikant nog altijd zin, want ‘zodra een eitje uitkomt en de larven over het laagje Finecto+ lopen dan zullen zij niet volwassen worden.’ Door steeds de jonge aanwas te elimineren moet men met het spuiten van Finecto Plus nieuwe formule op den duur de luizen toch kwijtraken.
Voor het bestrijden van de volwassen mijten adviseert de fabrikant van Finecto+ het verstrekken van Finecto+ Oral. Via het aan de voeding toegevoegde poeder wordt een stof opgenomen ‘wat het bloed van kippen onverteerbaar maakt voor bloedluis’. Het 14 dagen verstrekken van Finecto+ Oral in het voer zou het aantal volwassen luizen met 80% verminderen. Alleen de combinatie Finecto+ Protect spray en Finecto+ Oral geeft dus tegenwoordig, opnieuw vlgs. de fabrikant, de mogelijkheid het bloedluizenprobleem ‘beter beheersbaar’ te houden.
Met het spuiten van Finecto+ Bloedluisspray was ik dus tevreden, maar dit product is niet meer verkrijgbaar. Het spuiten van Finceto+ Protect spray heeft, naar mijn eigen ervaring, voor het bestrijden van volwassen bloedluis weinig zin. Met het verstrekken van Finecto+ Oral heb ik geen ervaring. Ik kan dus geen op de eigen praktijk gestoeld oordeel over de Finecto+ methode ‘nieuwe stijl’ geven. 

Voor het bestrijden van bloedmijten volgens de Finecto+  methode moet op de volgende kosten gerekend worden: De adviesprijs van een pot Finecto+ Oral met 300 gram poeder, goed voor 20 kilo voer, is € 17,75; die van een spuitflacon  met 1 liter Finecto + Protect Spray is € 19,95. Om een ‘kuur’ volgen de Finecto+ methode te kunnen geven ben je dus bij aanvang ruim € 37,00 kwijt. De fabrikant adviseert bij blijvende hinder van bloedmijten om de 3 weken te spuiten en bij te voeren. De zangkanariekweker met een gemiddeld vogelbestand zal wel niet iedere 3 weken € 37,00 neer  moeten leggen, maar de Finecto+ methode lijkt mij verre van goedkoop.5

Prangende vraag
Rest mij na bovenstaande aan het papier te hebben toevertrouwd nog een prangende vraag waarop ik geen antwoord weet. Finecto+ Bloedluisspray is van de markt gehaald omdat, vlgs. de fabrikant, overeenkomstig Europese regelgeving na 1 juli 2015 geen silicium bevattende stoffen meer verkocht mochten worden als bloedluisbestrijdingsmiddel. Wie echter naar de website van Home Shield, homeshield.nl, gaat komt op de website van Van Eck BV, een bedrijf dat zich o.m. heeft gespecialiseerd in de bestrijding van allerlei ongedierte, waaronder bloedluis bij kippen en vogels. Van welk middel maakt de firma van Eck gebruik? Van vloeibare silica. Ra, ra hoe kan dit? Wie het weet mag het zeggen.

Natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen bloedluis - Voedingssupplementen
De voor mij meest recente categorie van natuurlijke bloedluisbestrijdingsmiddelen zijn  voedingssupplementen. We zagen hierboven dat de firma Finecto een middel, Finecto+ Oral, op de markt brengt dat aan de vogelvoeding wordt toegevoegd, waardoor de bloedluis de ‘hongerdood’ sterft. Op de website van Finecto staat het als volgt beschreven: ‘Finecto+ Oral maakt het bloed van kippen en vogels onaantrekkelijk voor luizen door het gebruik van kruiden. Deze kruiden zorgen ervoor dat de luizen niet meer bloed willen drinken. Het poeder is eenvoudig zelf te mengen door het voer. De bestanddelen zijn uitsluitend natuurlijk en daardoor niet schadelijk voor de dieren en productie. Bij kippen kunnen bijvoorbeeld de eieren gewoon gegeten blijven worden.’ 6

In het novembernummer van 2017 van ‘Onze Vogels’ werd onder de titel ‘Ethisch verantwoordelijk voor onze vogels’ een artikel gewijd aan het natuurlijk bestrijden van bloedluizen. De auteur, Henk Jansen, attendeerde daarin de lezer op een Belgisch product, Avimite, dat via het drinkwater werd toegediend.7 Henk Jansen heeft het middel met zijn eigen vogels uitgeprobeerd en de resultaten waren bij hem uiterst veelbelovend.
Om meer te weten te komen over het product Avimite adviseert Jansen ons te rade te gaan op de website bloedluis.be. Zo gezegd
, zo gedaan. ‘Als we je nu eens zeggen dat wij een 100% biologisch middel hebben dat je gedurende 7 dagen aan het drinkwater toevoegt en je daarmee de belangrijkste stap hebt gezet om van alle bloedmijten vanaf te zijn. Zou je ons dan geloven? Vermoedelijk niet na al wat je reeds over bloedmijt hoorde en las… En toch garanderen we het je. Bij besmetting: 7 dagen Avimite toevoegen aan het drinkwater, daaropvolgend iedere week op een vaste dag 1 toevoeging en daarna maandelijks 1 maal herhalen en de bloedluis gaat en blijft weg! (… ) Bloedluizen voeden zich met het bloed van kippen, knaagdieren en zelfs reptielen. Dit is levensnoodzakelijk voor hun voortplanting. Eens zij een goede bloedbron gevonden hebben, beginnen ze aan de ontwikkeling van hun rijk. In warme periodes slagen zij er zo in om zich in amper 7 dagen voort te planten. Een explosieve toename van het probleem is dan ook maar een kwestie van dagen of weken. Het probleem van in het begin of preventief bij de wortels aanpakken biedt de oplossing: Wat als het bloed plots niet meer smaakt? Ons middel tegen bloedluis is een biologisch voedselsupplement en dus geen medicijn. (…) De werkzame stoffen in het product bemoeilijken de toegang van de bloedluis naar de dieren. De mijten krijgen een echte afkeer van het bloed van de dieren, zowel qua geur van het bloed als de moeilijke vertering ervan. In eerste instantie zorgen we er dus voor dat de mijten uw gevleugelde vrienden niet meer komen bijten op zoek naar bloed. Door de zeven-dagen-kuur start “het stoppen van de normale cyclus van de bloedluis”, want bloedmijt heeft nu eenmaal bloed nodig om zich voort te kunnen planten. Vervolgens behandelen we 5 weken het drinkwater wekelijks. Daarna behandelen we het drinkwater van de dieren maandelijks nog eens als onderhoudsdosis. (…) Eens de bloedmijt bloed heeft gedronken bij de kip of vogel waar Avimite in zit, heeft ze het ermee gehad. Maar jammer genoeg kan ze nog heel veel weken leven zonder vers bloed. Enfin, leven is veel gezegd: de bloedmijt wordt apathisch, voelt zich ziek, laat uw dieren met rust, plant zich niet meer voort en gaat zich ook niet meer verschuilen.(…) Omdat de bloedluis zich niet meer verstopt LIJKT het alsof je hok plots bomvol bloedluis zit, maar eigenlijk zat dat allemaal al in het hok. Eens de sterft ingezet wordt, gaat het wel heel snel naar het punt dat je geen bloedluis meer ziet.´

Avimite wordt uitsluitend op de particuliere markt verkocht door het dierenasiel de Ark van Pollare. Je kunt het flesje vloeistof alleen on line kopen, op de website bloedluis.be. Exclusief verzendkosten kost een flesje van 70 ml. € 20,00. Met het kopen van Avimite steunt u ook het dierenasiel en de zorgboerderij.8

Zou ‘Klazien uut Zalk’ toch stiekem een kruidendrankje tegen bloedluis gevonden hebben?

Slot
Omdat ik geen vertrouwen meer heb in de Finecto+ spray en ik de Finecto+ methode met de Finecto+Oral toevoeging nogal prijzig vind heb ik, na het lezen van het artikel van Henk Jansen, in Onze Vogels op de  website van bloedluis.be een flesje Avimite gekocht. Ik hoop komend jaar over dit product net zo enthousiast te worden als Henk Jansen en zal t.z.t. in ons clubblad mijn ervaringen met Avimite met jullie delen.
Tenslotte wil ik een oproep doen aan de leden van de NZHU om hun ervaringen met bloedluisbestrijding, succesvol of niet, op papier te zetten en met ons te delen in het clubblad. Afgelopen jaar was er weer een lid dat als gevolg van bloedluis geen jongen op stok heeft gekregen, niet mee heeft kunnen doen aan wedstrijden, kortom een heel jaar verloren heeft zien gaan als gevolg van deze plaaggeest. We zijn tenslotte ook lid van een club om elkaar te informeren en te helpen met goede adviezen.

Verantwoording
1. Op de website van de club staan onder ‘Artikelen’ de volgende bijdragen over bloedluis in ons clubblad: Beer, Jacques de, Mijn ervaring met roofmijten. In Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie februari 2013, 29e jaargang, nr. 1, pp. 23-24; Plokker, Jaap, Vogelmijtbestrijding. In Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie september 2012, 28e jaargang, nr. 3, pp. 3-6; Plokker, Jaap, Bloedluis en andere ectoparasieten. In Contactblad Speciaalclub Zang NZHU, editie februari 2013, 29e jaargang, nr. 1, pp. 14-22.
2. www.beaphar.com

3. www.refona.nl. Ga naar de Refona webshop.
4. www.bio-ron.com en wikipedia.org
5.
www.finecto.com
6. Ibidem
7. Onze Vogels, jaargang 2017, editie november, pp. 12-13.
8. www.bloedluis.be

-0-

Turf

door Jaap Plokker

Jaren geleden, nog in de vorige eeuw, waren m’n broer en ik voor twee fietsvakanties in Ierland. We hebben in twee zomers van het zuiden naar het noorden langs de Ierse westkust gereden. In Connemara fietsten we door een vrijwel boomloos landschap, waar geen levende ziel te bekennen viel en als er al een bewoonde wereld bestond dan beperkte die zich dat tot een paar huisjes. Het viel ons op dat bij vrijwel elk huis een stapel turf lag. Dat dit er niet alleen voor de sier was gedeponeerd konden we ook ruiken. Aanvankelijk vroegen we ons af waar die ‘vuilverbrandingslucht’ toch van afkomstig was. Iedere keer als we langs huizen fietsten mochten we er van ‘genieten’. Tot we een verband legden tussen de rokende schoorsteentjes en de stapels turf buiten. Het kon dan ook niet uitblijven of ergens in ’the middle of nowhere’ kwamen we een driftig turf stekende Ier tegen. De plaggen, werden keurig in een soort van piramidetjes gestapeld om te drogen. We begrepen van hem dat de oogst uitsluitend voor eigen gebruik was. Nu ben ik van de generatie die is opgegroeid met een kolenkachel; m’n ouders wisten nog wel te vertellen dat tijdens hun jeugd  thuis turf werd gestookt. Bij turf denk ik daarom in de eerste plaats aan een brandstof uit lang vervlogen tijden, behalve in Ierland, en zeker niet aan een product dat we op het menu van onze vogels zetten. In dit artikel gaan we een heel andere kant van turf  belichten.

Biggencompost
In een vorige aflevering van ons clubblad, t.w. editie 2017-3, was een artikel gewijd aan het toevoegen van palmolie aan het krachtvoer en kwam zijdelings biggencompost ter sprake. Ik dat artikel schreef ik over het verstrekken van biggencompost aan mijn kanaries het volgende: In het najaar van 1995 werd bij ‘De Kanarievogel’ tijdens een lezing over kromsnavels door tropenkeurmeester Louis Polanen gemeld dat hij enige tijd de vogels biggencompost voorschotelde en hij met zijn agaporniden een ‘muiter kweekseizoen’ had gehad. Piet Hagenaars heeft toen via zijn relaties bezuiden de grote rivieren een baal biggencompost aangeschaft en tijdens een ledenvergadering een monster rond laten gaan. Diverse kwekers hebben toen bij Piet een baal biggencompost besteld, waaronder ondergetekende. Eerlijk is eerlijk, de kanaries aten er goed van, gezien hun zwarte snavels en zwarte ontlasting, maar wat eet een kanarie niet zou je bijna zeggen. Mijn ervaring was dat de vogels het liefst in de compost zaten te spitten wanneer het vers was. De biggencompost was alleen verkrijgbaar in balen van 25 kg en zo veel aten mijn vogels ook weer niet. Kortom, na verloop van tijd was de compost uitgedroogd en het restant van de laatste baal is door mij gemengd met potgrond om spruitenplanten voor m‘n volkstuin op te kweken. Biggencompost schijnt nog steeds te bestaan, maar ik heb er onder zangkanariekwekers al jaren niet meer over gehoord.  Deze laatste zin behoeft enige toelichting en nuancering.

Biggencompost is een product dat bestaat uit extra fijne compost waaraan bepaalde mineralen zijn toegevoegd. Het mineraal rijke product wordt op de markt gebracht om aan jonge biggen te verstrekken met als doel bloedarmoede preventief te bestrijden. In de laatste decennia van de vorige eeuw is dit product door vogelliefhebbers ontdekt als mineralenbron voor hun vogels. Er was overigens niets nieuws onder de zon. Ik herinner me nog uit de jaren ’80 de lezingen bij ‘De Kanarievogel’ van  tropenkeurmeester  C. Heuperman. Hij adviseerde de eigenaren van een buitenvolière om regelmatig een stukje grond in hun volière om te spitten. Ze zouden dan zien dat de vogels op de verse aarde af vlogen en er eindeloos in zaten te wroeten. Van Jacques de Beer vernam ik dat zijn vader regelmatig een graszode met zoveel mogelijk aarde in de volière gooide en de harzers er graag in zaten te grasduinen. En wellicht ken je wel uit natuurfilms de beelden van vluchten ara’s en papegaaien die op een kleiwand neerstrijken en zich aan de klei te goed doen. De klei bevat stoffen die ze voor de spijsvertering nodig hebben.1  
Toen ik in de jaren ’90 aan mijn waterslagers biggencompost verstrekte, viel me ook al op dat ze graag in de zwarte aarde naar iets zochten wat van hun gading was. Kennelijk vinden onze vogels in verse aarde/compost voedingselementen die ze graag tot zich nemen en ze kennelijk ook nodig hebben. Bovendien zijn ze lekker bezig met scharrelen op de bodem en vallen ze elkaar dan niet lastig.
Biggencompost wordt nog steeds gefabriceerd. Op de website van een Belgische firma, die allerlei producten ten behoeve van de veehouderij verkoopt, werd het aangeboden in zakken van 40 liter.

Voedingswaarde biggencompost
In voornoemde artikel gaf ik ook aan dat ik al jaren niet meer over biggencompost had gehoord. Dat klopt wat betreft het persoonlijk contact dat ik met collega vogelliefhebbers heb gehad. Wanneer ik even op Internet had gesurfd had ik deze opmerkingen waarschijnlijk niet geplaatst. Tik op Google ‘biggencompost’ in en je struikelt over de links naar sites van vogelliefhebbers.
Een van de sites die me opviel was die van de bekende  publicist Wout van Gils. In een aan het verstrekken van biggencompost gewijd artikel somt hij de voordelen hiervan op:
-         
door de lage zuurgraad (ph=3,4) erg goed voor maag- en darmflora;
-          door het hoge gehalte van koolstof heeft het een zuiverende werking;
-          bevordert de spijsvertering;
-          een goed uitgebalanceerd voedingssupplement op basis van natuurlijke grondstoffen;
-          bevat o.m. de volgende mineralen en sporenelementen: kalium, calcium, zink, magnesium, fosfor, koper, ijzer, molybdeen;
-          draagt bij aan zwartere hoorndelen bij vogels (kanaries) in de zwartreeks;
-          geeft een goede werking op het zwarte eumelanine bij vogels;
-          is erg goed ter voorkoming van diaree bij pas zelfstandige vogels.2
Verder waarschuwt van Gils de kwekers om de compost niet te verstrekken aan vogels met jongen in het nest. Aan zelfstandige jongen kan het wel gegeven worden.

Terra Mix
Om het gebruik van medicatie, zowel preventief als curatief, tot een minimum te beperken probeer ik de weerstand van mijn vogels zo groot mogelijk te maken door een zo gevarieerd mogelijke voeding met behulp van natuurlijke voedingsstoffen. Zo voeg ik in de broedtijd stuifmeelpollen toe aan mijn krachtvoer; maak ik mijn krachtvoer wat ruller met biogarde yoghurt en meng ik sinds enkele maanden palmolie door mijn krachtvoer. Omdat ik me nog goed herinner dat de waterslagers graag in de biggencompost zaten te spitten, maar ik door eigen laksheid, of noem het gebrek aan tijd/aandacht, met het verstrekken van biggencompost was gestopt, kwam na het schrijven van voornoemd artikel de gedachte in me op m’n vogels weer eens met biggencompost te gaan verwennen. Niet alleen ter verstrooiing, maar vooral vanwege de voedingselementen die kennelijk graag door de vogels er uit worden gepikt. Hoe kom ik aan biggencompost? De vraag is gemakkelijker gesteld, dan beantwoord. Twintig jaar geleden werd het volop verkocht, bij voorbeeld bij de ‘Boerenbond’ of aanverwante winkels, maar op Internet kon ik in Nederland geen detailhandel vinden waar het product te koop was. Nu hoef  je het verstrekken van biggencompost voor de prijs niet te laten, dus als ik het via Internet zou moeten kopen waren de verzendkosten ongetwijfeld hoger dan de waarde van het product. 

Zoals gezegd had mijn zoektocht naar biggencompost op Internet weinig succes, wel kwam ik de naam tegen van een verwant product: het door Versele-Laga op de markt gebrachte Terra Mix.
Wat staat er op de verpakking van Terra Mix? ‘Terra Mix is een organische mengeling op basis van turf en kleisoorten. (…) Terra Mix is afkomstig van echte, zuivere veengronden en bevat enkel natuurlijke grondstoffen (doorgevroren zwartveen en sporenelementen). Terra Mix bevordert de spijsvertering en heeft een gunstige invloed op de maag- en darmflora. Terra Mix bevordert het scharrelgedrag, waardoor de vogels beter weerstaan aan stresssituaties en verveling. Rijk aan mineralen en sporenelementen. Vrij ter beschikking stellen, dagelijks verversen. Eventueel een beetje gekiemde zaden, wilde zaden, …. toevoegen. Zak na gebruik steeds gesloten houden: Terra Mix mag niet uitdrogen!’  Helaas blijft op de verpakking onvermeld, en dit is ook niet te achterhalen op Internet, welke mineralen en sporenelementen zich in Terra Mix bevinden. Terra Mix wordt verkocht in plastic zakken van 10 liter. Zo’n zak weegt ca. 4 kg.

Een zak Terra Mix van Versele-Laga.

Het had er alle schijn van dat dit Terra Mix mijn vervanger van biggencompost zou moeten worden. Nu nog een leverancier weten te vinden. De zaadhandelaar die maandelijks op de vogelbeurs van ‘De Kanarievogel’ staat kon het mij niet leveren, omdat zijn leverancier het ook niet had. Mijn hoop was toen gevestigd op de stand van Versele-Laga op de bondskampioenschappen van de NBvV in Zwolle. Versela-Laga had inderdaad een grote stand, waar van alles te koop was, behalve Terra Mix: ‘Hebben we niet meegenomen’. Tenslotte geïnformeerd bij mijn leverancier van tropisch zaad voor mijn Japanse meeuwtjes en overige tropen, Beestenboel Overrijn. Ze kende het product niet, maar zou er naar vragen bij haar leverancier. Toen ik eind januari weer tropisch zaad bij haar bestelde meldde ze dat mijn  Terra Mix was geleverd. Zo werd er begin februari niet alleen 50 kg tropisch zaad bij me thuis bezorgd, maar ook, keurig geseald, een pakket van vijf baaltjes Terra Mix.
Ik ben direct met het verstrekken van Terra Mix begonnen. Op het oog lijkt het op vochtige potaarde, en verschilt daarin niets van het vroeger door mij gegeven biggencompost. Ik heb een schaaltje met turf neergezet en wat los op de bodem gestrooid. Als vanouds zaten de vogels er gelijk in te spitten. Iedere keer als ik in mijn vogelhok kom zit er wel een kanarie bij het schaaltje met het ‘scharrelveen’, zoals Versele-Laga het noemt.
Het is van belang om het regelmatig te verversen. Als het droog is kijken de vogels er niet naar.  Om uitdroging te voorkomen moet je Terra Mix dus ook bewaren in een goed afgesloten zak. Om de twee dagen geef ik aan de vogels in de volière een schaaltje met ca. 2 eetlepels, met kop, verse turf. Ik hoop dat straks na het broedseizoen de jongen er ook van gaan eten;  het niet alleen bijdraagt tot een goede conditie van mijn vogels, maar ook voor afleiding zorgt en o.m. daardoor het verenpikken iets minder wordt. 

Slot
Heb je ervaring met biggencompost, Terra Mix of een verwant product, of ken je iemand die dit aan zijn kanaries verstrekt dan hoor ik dat uiteraard heel graag: japlokker@ziggo.nl.

Noten
1.Als je de klei etende papegaaien wilt bekijken, hierbij een link naar een filmpje op youtube.  https://www.youtube.com/watch?v=2BB9nOMFdos  (M.n. het fragment van 5:25 – 7:30.)
2. De site waarop de door Wout van Gils verstrekte info staat vermeld is:
www.woutvangils.be/de-kweek/291-waar-is-biggen-compost-voor-nodig

-0-

September 2018, 34e jaargang, nr. 2
 

Inhoudsopgave       
Voorwoord
Algemene Verordening Gegevensbescherming
In gesprek met ……  Krien Onderwater
Zwarte drab
Bloedmijten - een onuitroeibare plaag in ons vogelverblijf

-o-

 

Voorwoord

door Jaap Plokker                      

Voor je ligt de tweede editie van 2018 van ons contactorgaan. Het is me niet gelukt dit voorjaar een  historisch getinte extra editie te verspreiden. Er lag al een opzet voor een groot artikel over de geschiedenis van de waterslager, maar in de loop van het voorjaar vond ik een nieuwe bron, een digitaal Belgisch krantenarchief en het leek me beter de daarin gevonden feiten in het uiteindelijke verhaal te verwerken. Het zoekwerk in het digitale Belgische archief en de registratie van interessante krantenartikelen/advertenties vergden zoveel tijd dat jullie voor het uiteindelijke resultaat tot het voorjaar van 2019 zullen moeten wachten.

In deze editie komen we terug op artikelen in het vorige clubblad: Krien Onderwater verzorgde een reactie op het artikel ‘Turf’ en Max Gerhards op het artikel over luisbestrijding. In mei ging ik op bezoek bij Krien Onderwater voor het jaarlijkse hokbezoek. Een weerslag van het interview met Krien vind je in de rubriek ‘In gesprek met …..’ .  Tenslotte werd op 25 mei jl. de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingevoerd. De leden ontvingen daarover van mij omstreeks die datum al een mailtje. Daarin werd aangegeven dat we via ons clubblad op deze nieuwe ‘privacy’ wet zouden terugkomen. Belofte maakt schuld dus daarom in deze editie een bijdrage over de AVG.

Het was voor mij een prettige ervaring om van twee leden, Krien en Max, input te krijgen voor een artikel. Hopelijk zet dat ook anderen aan om materiaal aan te dragen voor een artikel in ons clubblad.

Ik hoop dat de inhoud van deze editie  interessant en boeiend genoeg is om je een wijle met ons clubblad onderhoudend te vermaken.

-o

Algemene Verordening Gegevensbescherming

door Jaap Plokker

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Alle organisaties in Nederland hebben in meer of mindere mate met deze nieuwe ‘privacywet’ te maken; ook de Speciaalclub Zang NZHU. In dit artikel wordt e.e.a. aangegeven hoe we als vereniging met deze nieuwe regeling willen omgaan.

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in de volksmond beter betekend als de privacywet, houdt al maanden de gemoederen bezig. Wat moet er al op poten gezet worden om te voorkomen dat een organisatie klachten aan z’n broek krijgt met eventueel daaraan verbonden sancties? Ook de Speciaalclub Zang NZHU verwerkt persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie blijft niet tot de leden beperkt. In een mail aan de leden van dd. 23 mei  2018 is al duidelijk gemaakt dat ook het bestuur van de NZHU zich van haar verantwoordelijkheid in deze bewust is. Duidelijk is wel dat deze nieuwe regeling voor de ene organisatie veel meer consequenties heeft dan voor de ander. De kerkgemeenschap waartoe ik behoor is voor onderlinge hulp, blijken van medeleven, enz., afhankelijk van het delen van ook privacy gevoelige informatie. Kan een kerkelijke gemeente nog wel als gemeenschap functioneren wanneer het delen van elkaars lief en leed aan allerlei restricties gebonden is? Ik hoorde laatst dat een kerkelijke gemeente, na een klacht, op haar vingers is getikt toen ze, zoals altijd gebruikelijk was, een uitvaartdienst via de kerkradio uitzond. Ook in de gemeente waartoe ik behoor is dat de gewoonte. Persoonlijk werd ik hiermee geconfronteerd toen mijn moeder werd begraven en een nicht in Spanje de dienst live kon meemaken. Ze was er bijzonder blij mee dat dit mogelijk was. In onderhavige geval was tijdens een uitvaartdienst, zoals gebruikelijk, ingegaan op het persoonlijk leven van de overledene. Enkele nabestaanden vonden dat te privé om uit te zenden en dienden een klacht in. Gevolg: de kerkgemeenschap moet een heel protocol opzetten waarbij toestemming verkregen moet worden voor het uitzenden van een uitvaartdienst. Wat vroeger automatisch ging heeft nu veel meer voeten in de aarde. De rest van kerkelijk Nederland weet nu ook waar men aan toe is. En dat allemaal het gevolg van één klacht. Mij is niet bekend of inmiddels ook organisaties van vogelhouders met klachten geconfronteerd zijn. Er hoeft er dus maar één te zijn. Velen denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Alertheid lijkt mij echter geen overbodige luxe. Bovendien zullen we als NZHU moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen.

Registratie persoonlijke gegevens
Terug naar de NZHU. Over welke privacy gevoelige informatie van onze leden  beschikt de vereniging en hoe gaan we er mee om?  Wat betreft de persoonlijke gegevens beschikt de NZHU over de volgende privacy gevoelige informatie van de leden: Naam, voorletters, adres, telefoonnummer, e-mailadres, geboortedatum, kweeknummer van de NBvV en het ras zangkanaries dat men bij aanmelding kweekte. Verder noteert de vereniging ook de datum waarop het lidmaatschap is ingegaan. Deze gegevens worden bijgehouden in een digitaal ledenbestand, waarover op dit moment de voorzitter op zijn pc het beheer voert. Van het ledenbestand wordt één hooguit twee keer per jaar een print gemaakt ten behoeve van intern gebruik in het bestuur, bijv. voor de penningmeester om leden met betalingsachterstand te kunnen benaderen en 1 exemplaar voor het verenigingsarchief. Bij beëindiging van het lidmaatschap worden voornoemde gegevens uit het digitale ledenbestand verwijderd. Eén exemplaar van de gemaakte uitdraaien blijft in het verenigingsarchief bewaard.
De NZHU heeft deze persoonsgebonden informatie nodig voor de bedrijfsvoering van de vereniging
door het bestuur en om, desgewenst, met de leden in contact te kunnen treden.

Bestuursleden en deelname aan de clubkampioenschappen
Alleen de naam en adresgegevens van de bestuursleden worden buiten de vereniging bekend gemaakt, bijv. via het clubblad, de wedstrijdcatalogus  en de website van de vereniging.
Van de wedstrijdresultaten wordt een catalogus opgemaakt. In deze catalogus is ook een overzicht van de deelnemers opgenomen. Tot dusver werd
en daarin ook de adresgegevens vermeld. In overeenstemming met het gebruik binnen de NBvV zal met ingang van 2018 van de deelnemers aan de wedstrijd alleen naam, voorletters, kweeknummer, woonplaats en eventueel telefoonnummer in de catalogus vermeld worden.
Treed je toe tot het bestuur van de NZHU dan accepteer je dus dat je naam en adresgegevens buiten de vereniging bekend worden gemaakt. Aan deelname aan de clubkampioenschappen is tevens verbonden dat je naam, voorletters, kweeknummer, woonplaats en eventueel telefoonnummer in de catalogus
worden vermeld.

Foto. 30 november 2017. Administratieve verwerking inschrijving en loting keurvolgorde. Vlnr. Ton Diepenhorst, Jaap Plokker, Gerard van Zuilen.

Verstrekking van persoonsgegevens aan personen/organisaties buiten de vereniging
Om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage per bondslid vanuit de NBvV kan de vereniging het ledenbestand verstrekken aan de NBvV. Dit is overigens al een aantal jaren niet meer gebeurd. Verdere verspreiding van het ledenbestand aan derden vindt niet plaats en het bestuur is voornemens dit ook in de toekomst niet te doen.

Het bestuur wordt regelmatig benaderd door personen die geïnteresseerd zijn in de aanschaf van zangkanaries en vragen dan om namen, telefoonnummers, etc. van kwekers. De laatste jaren verstrekt het bestuur in degelijke gevallen uitsluitend een e-mailadres. Het voornemen is om de procedure in zo’n situatie te veranderen, t.w. wanneer het bestuur met een dergelijk verzoek geconfronteerd wordt zal er een mail uit gaan naar de meest voor de hand liggende leden, met daarin het e-mail adres van desbetreffende  persoon. De leden kunnen dan desgewenst zelf contact zoeken met desbetreffende. In vergelijkbare situaties zal hetzelfde beleid gehanteerd worden. Oftewel, bij navraag naar uw contactgegevens zullen wij de gegevens van de zender noteren en betrokkene laten terugbellen door degene van wie hij/zij informatie verzocht.

Clubblad en website
Om de zangkanariesport in het algemeen en de Speciaalclub Zang NZHU in het bijzonder aan een breder publiek bekend te maken en te promoten etaleert de vereniging haar activiteiten op een website. Om zaken, de zangkanariesport in zo breed mogelijke zin betreffende, met elkaar te delen, verenigingsinfo te verspreiden, verslag te doen van verenigingsactiviteiten, ervaringen, de hobby betreffende, met elkaar te delen, enz. geeft de vereniging een clubblad uit. Er verschijnen jaarlijks minimaal drie edities, die vnl. digitaal onder de leden worden verspreid. Enkele leden ontvangen het clubblad via de post. Verder wordt een digitaal exemplaar verzonden naar het bondsbureau van de NBvV en naar eventuele adverteerders in het clubblad. Het clubblad wordt enige tijd na verschijnen ook op de website geplaatst. Van de inhoud van het clubblad kunnen dus behalve leden ook niet-leden kennis nemen.

In het clubblad en op de website wordt privacy gevoelige informatie aan een breed publiek beschikbaar gesteld. We denken dan aan namen van personen, personen die duidelijk herkenbaar te zien zijn op een foto, die tijdens een van de activiteiten van de vereniging of bij de kweker thuis is genomen.

Hoe verder?
In  geval van een klacht moet de vereniging een geldig bewijsstuk kunnen overleggen waaruit blijkt dat de klager instemming heeft verleend met de publicatie aan niet-leden, van informatie, via tekst of foto, waarin desbetreffende persoon duidelijk herkenbaar en traceerbaar is. Tot op heden is van op  in het clubblad en op de website geplaatste foto’s duidelijk herkenbare personen geen schriftelijke toestemming voor plaatsing gevraagd. Op grond van de AVG zou dit wel moeten gebeuren. Een lid dat tijdens een studiedag duidelijk her-kenbaar is gefotografeerd en zonder zijn instemming de foto op de website tegen komt kan met de AVG aan zijn zijde met een goede kans op succes een klacht indienen.

Foto. 21 december 2017. Opzetten van de keurkamers. Vlnr. Ton Diepenhorst, Jan Zonderop, Tinus Teeuwen.

Ik ben er overigens van overtuigd dat het overgrote deel  van de leden geen bezwaar heeft wanneer hij of zij duidelijk herkenbaar op een foto in het clubblad verschijnt. Gedurende de 12 jaar dat ik inmiddels de redactie van het clubblad verzorg heb ik nog nooit een opmerking hieromtrent ontvangen. Ook op mijn oproep in de mail van 23 mei jl. om aan te geven wanneer  je bezwaar hebt om duidelijk herkenbaar in het clubblad of op de website te verschijnen heb ik geen reactie ontvangen. Maar er hoeft er dus maar ooit één te zijn! We zullen dus op dit punt noodzakelijke stappen moeten ondernemen. Hoe overdreven het bij sommigen misschien zal overkomen. Maar ook in deze situatie geldt: voorkomen is beter dan genezen.

Privacyverklaring
Menigeen zal bij het lezen inmiddels z’n schouders hebben opgehaald en zich hebben afgevraagd of dit niet allemaal erg overdreven is: ‘Moeten wij als Speciaalclub Zang NZHU met nog geen 50 leden ook aan deze poespas meedoen?’; ‘Zo’n vaart zal het toch niet lopen?’; ‘Het ging toch allemaal goed?’; ‘Zonde van de tijd en energie die hier ingestoken wordt.’ Een begrijpelijke reactie, ware het niet dat in de AVG aan elke organisatie de verplichting is opgelegd om  in een privacy verklaring aan te geven hoe de organisatie met de persoonsgegevens omgaat. Ik verzin dit niet zelf, of citeer een dubieuze bron: Op de op de officiële site van de AP Autoriteit Persoonsgegevens (www.autoriteitpersoonsgegevens.nl) wordt de volgende vraag gesteld: Is een privacyverklaring volgens de AVG verplicht? Het antwoord luidt: ‘Onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft u een informatieplicht. Dat betekent dat u verplicht bent om nieuwe en bestaande klanten duidelijk te informeren over wat u met hun persoonsgegevens doet en waarom. In de praktijk is een online privacyverklaring de meest handige manier om hier aan te voldoen.’ En verder: ‘Onder de AVG geldt de verantwoordingsplicht. Dat betekent dat u aan de Autoriteit Persoonsgegevens moet kunnen aantonen dat u aan de AVG voldoet. U moet onder meer kunnen laten zien dat u mensen goed heeft geïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens. U kunt hiervoor uw privacyverklaring gebruiken.’  Oftewel, of we het nu onzin vinden, nutteloos, zonde van de tijd, etc., de Speciaaclub Zang NZHU is wettelijk verplicht m.b.t. de AGV actie te ondernemen. Het bestuur hoopt tijdens de jaarvergadering daarom met een concreet voorstel te komen en met de leden te bespreken.

NBvV en vogelverenigingen
Heel veel organisaties, ook in de vogelwereld, hebben inmiddels aan voornoemde wettelijke verplichting voldaan. Voor degene die benieuwd is naar de  manier waarop de NBvV de Algemene Verordening Gegevensbescherming in haar organisatie toepast kan terecht op de site van de NBvV: www.nbvv.nl. Op de homepagina kan je boven in de balk ‘downloads’ aanklikken. Je vindt dan onder  ‘de bond’ twee documenten: Privacy verklaring en Protocol Privacy.
Heel veel vogelverenigingen hebben intussen op hun website ook een privacy-verklaring gezet. Als je op Google ‘privacyverklaring vogelvereniging’ intikt kan je er diverse vinden. Misschien voor ons wel handig om er een uit te zoeken en als uitgangspunt  te gebruiken voor de onze. 

Slot
Ben je niet in de gelegenheid om naar de jaarvergadering te komen, maar wil je aangaande dit onderwerp je gedachten met mij delen dan kun je me altijd bellen of mailen.(tel. 0714027562; e-mail  japlokker@ziggo.nl) Ons contact zal uiteraard in alle vertrouwelijkheid plaats vinden.

Foto. 21 december 2017. Opbouwen wedstrijdlocatie. Blinderen van de bovenramen. Krien Onderwater en Tinus Teeuwen.

-o-

 waterslagers

In gesprek met ….  Krien Onderwater

door Jaap Plokker

Voor het traditionele interview hoefde ik dit jaar geen lange reis te maken. Ik kon het op de fiets af: naar Krien Onderwater in Rijnsburg. Met Krien was 8 mei 2018 afgesproken om langs te komen. M’n trouwe metgezel Ton Diepenhorst was plotsklaps verhinderd, zodat Krien het alleen met mij moest doen.

Na een fietstochtje van nog geen tien minuten belde ik dinsdagmiddag 8 mei 2018 rond half twee aan bij Krien Onderwater om hem voor ons clubblad te interviewen. Onder het genot van een bakje koffie met wat lekkers erbij staken we van wal.

Krien, de meeste zangkanariekwekers kennen jou als een enthousiast en succesvol waterslagerkweker. Ik weet dat jouw interesses veel breder zijn, maar ze hebben bijna allemaal betrekking op beesten en de natuur in het algemeen. Heb je enig idee waar dat vandaan komt?
Ik weet niet beter of dieren spelen in mijn leven een belangrijke rol. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de omgeving waarin je opgroeit, maar je moet er ook van binnenuit interesse voor hebben. Dat heb ik kennelijk, want ik vind het van jongs af aan leuk om met dieren om te gaan. In mijn jeugd speelden paarden een belangrijke rol. Ik had een oom die woonde in Hoogmade. Dat was een herenboer die paarden had. Met mijn vader ging ik jaarlijks naar de korte baan draverijen in Warmond. In mijn jeugd kon je in Katwijk ‘s zomers op strand tegen een kleine vergoeding een stukje op een paard of pony rijden. De paarden waren van de firma Jonker. Zij hadden hun bedrijf in het Duinpad, niet ver van de Secr. Varkevisserstraat, waar ik toen woonde.  Jonker had ook een plezierbootje waarmee je vanaf strand een stukje ging varen. In het najaar gingen ze met paarden garnalen vissen, kookten de garnalen op strand om ze vervolgens met een schelpenkar in het dorp uit te venten. Er was bij Jonker altijd wel wat te beleven, maar de paarden trokken mij het meest. Ik was trouwens niet de enige. Er liepen allemaal jongens en meiden zoals ik, die voor niemendal, gewoon omdat ze het leuk vonden, in de manege de stallen uitmestten, de paarden uit de wei haalden en weer naar toe brachten, op strand naast de paarden en pony’s liepen met de badgasten, meestal kinderen, er op, enz. Door bij Jonker te gaan helpen kon ik dicht bij huis met paarden in de weer zijn zonder dat ik naar Hoogmade of Warmond hoefde. Ik denk dat ik een jaar of acht was toen ik voor het eerst bij Jonker kwam. Ik heb in mijn jeugd me jaren met de paarden van Jonker vermaakt.
Mijn liefde voor paarden is eigenlijk tot op de dag van vandaag gebleven. Later ging ik regelmatig naar draverijen, af en toe ga ik er nog steeds naar toe, maar mijn onregelmatige werktijden maken het eigenlijk onmogelijk om iets in de paardenwereld te doen. Als ik werk zou hebben gehad met regelmatige werktijden dan denk ik dat ik nu eerder een interview zou hebben gegeven voor een paardenclubblad dan voor een zangkanarieclubblad.   

Foto. 8 mei 2018. Krien Onderwater in zijn vogelverblijf.

Ik interview jou nu voor een zangkanarieclubblad. Dus ergens moet bij jou ook de interesse voor vogels zijn ontstaan.
Wij hadden thuis allerlei dieren: kippen, geiten, konijnen. Op de lagere school hadden we in de klas een volière. In de zomervakantie moesten die ergens ondergebracht worden. Die konden er bij ons nog wel bij. Zo kwamen dus ook volièrevogels in mijn wereld. Maar de interesse beperkte zich niet tot de zebravinkjes uit de klas. Als ik op straat een vogel vond die iets mankeerde nam ik hem mee naar huis en probeerde hem op te knappen. Anderen kregen dit ook in de gaten en dus werden mankerende vogels naar ons gebracht. Huize Onderwater was dus ook een soort ziekenboeg voor op straat aangetroffen gewonde vogels.
Vanuit mijn interesse voor kippen, konijnen en volièrevogels bezocht ik in Katwijk regelmatig de jaarlijkse tentoonstellingen van KoPluKo in de Sporthal en De Kanarievogel in de Leidsche Buitenschool. Toen het me wel leuk leek om een kanarie in huis te hebben heb ik op de tentoonstelling van De Kanarievogel eens om informatie gevraagd. Daar kreeg ik te horen dat wanneer ik een mooie huiskamerzanger wilde hebben ik niet zomaar een kanarie moest kopen, maar een waterslager. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.

En de waterslagerkweker was geboren?
Nou, niet direct. Zoals ik al eerder zei lag mijn hart bij de paarden, maar dat werd gezien mijn onregelmatige werktijden steeds lastiger. Ik kon geen verplichtingen aangaan wat betreft vaste aanwezigheidstijden. Ik ben eerst terecht gekomen in de wereld van de politie honden. Ik had zelf een Mechelse herder en wilde die een politiehonden training te geven. Ik heb me daar een poosje mee bezig gehouden, maar mijn hart lag er niet bij en ik was, eerlijk gezegd, ook niet zo geschikt om honden te trainen.
Ongeveer in die tijd is er ook een huiskamervolière gekomen met acht tropische vogeltjes, waaronder gouldamadines. Toen ik achter de politiehonden training een punt had gezet bleef de behoefte om in mijn vrije tijd met dieren bezig te zijn. De huiskamer volière was voor de gezelligheid, maar ik wilde meer, een uitdaging. Het moest echter wel een hobby zijn die ik met mijn ploegendienst kon uitvoeren en zo kwam het kweken van zangkanaries in beeld.  In 2003 ben ik naar een dierenspeciaalzaak gegaan om waterslagers aan te schaffen. Die had geen waterslagers te koop en stuurde me naar Piet Hagenaars, toen en nog steeds secretaris van De Kanarievogel. Piet gaf me het adres van een kweker waar ik een paar waterslagers gekocht heb. Het jaar daarop ben ik naar Ton Diepenhorst gegaan en die heeft me aan goed kweekmateriaal geholpen. Ik kreeg de smaak te pakken en sindsdien kweek ik waterslagers.
Aanvankelijk had ik behalve de waterslagers ook wildzang: groenlingen, putters, sijsjes en goudvinken.  Nou is de combinatie van waterslagers met wildzang niet zo ideaal, maar ik vond het wel leuk. Uiteindelijk heb ik de wildzang toch weg gedaan, omdat ik tijdens mijn vakantie de vogels door anderen moest laten verzorgen en het voeren van al die verschillende vogels knap ingewikkeld werd voor een leek. Dat wilde ik hem niet aan doen.

Foto. 8 mei 2018. Krien Onderwater in zijn vogelverblijf voor de broedkooien.

Je bent eigenlijk al vrij snel gaan studeren voor waterslagerkeurmeester. Vanwaar die ambitie?
Ambitie is wel een te groot woord in dit verband. Je kunt beter zeggen: ‘Van het één kwam het ander’. In 2007 ben ik naar Ton Diepenhorst gegaan, omdat ik wat meer te weten wilde komen over de toeren van het waterslagerlied. Ik  vond het een gemis dat ik al die kwekers over toeren hoorde praten en ik geen benul had waarover ze spraken. Met behulp van een bandje heb ik toen in de schuur van Ton Diepenhorst heel veel zangkennis opgedaan. Ton zag kennelijk in mij wel een potentiële keurmeester want hij heeft me in contact gebracht met Joop Aelbrecht en toen is het balletje gaan rollen. Niet dat het keumeesterschap het uitkomen van een langgekoesterde wens was, hoor. Toen was het niet anders dan nu: het keurmeesterskorps was overwegend grijs en het aantal keurmeesters nam eerder af dan toe. Inmiddels was ik wel zo enthousiast voor de sport geworden dat ik serieus binnen niet al te lange termijn een tekort aan keurmeesters vreesde. Wanneer iedereen zei ‘Ga mijn deur maar voorbij’, zouden er na verloop van tijd geen keurmeesters meer zijn en dus ook niemand om vogels te beoordelen: einde wedstrijden; einde zangkanariesport. Daar was de sport mij te dierbaar voor geworden, dus heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen en uiteindelijk ook examen gedaan.

Je praat alsof je het als een soort morele plicht voelt om keurmeester te zijn. Is het eigenlijk wel leuk?
Ja en nee. In de regel is een keurdag een leuke en gezellige dag; een dagje uit voor mij. Je wordt allerhartelijkst ontvangen. De mensen zijn blij dat je komt. Je hoort allerlei verschillende vogels: puin, maar ook hele mooie vogels, die in je hoofd blijven hangen. Dat zijn de leuke ervaringen.
Niet leuk is het gedoe er om heen. Ik keur niet voor mezelf, ik keur geen kweker; ik beoordeel vogels die voor me worden neergezet en wat ze op dat moment zingen. Zingen ze een bepaalde toer niet dan krijgen ze van mij voor die toer geen punten. Ik heb meermalen meegemaakt dat na de keuring de poppen aan het dansen waren. Ik had voor een bepaalde toer geen punten gegeven en op een vorige keuring hadden die vogels voor desbetreffende toer wel punten gehad. Het lag dus aan mij en niet aan de vogels. Dat het ook aan de collega keurmeester kon liggen was kennelijk helemaal geen optie. Het doet me dan wel deugd dat tijdens een studiedag dezelfde stam vogels op tafel komt en ook dan niet de toer zingt die ik niet had gehoord. Je komt dan zelden een kweker tegen die naar je toe stapt en zegt: sorry, Krien, ik ben laatst niet correct tegen je geweest. Er zijn natuurlijk ook kwekers die positief zijn en waarmee het gezellig kletsen is. Maar ik betrap me er op dat ik onplezierige zaken in onze hobby; dan bedoel ik dat ik me soms afvraag of op wedstrijden alles wel eerlijk en integer verloopt; het elkaar het licht in de ogen niet gunnen, het haantjesgedrag, de lange tenen,  het gezeik en gezeur van kwekers naar keurmeester, maar ook keurmeesters onderling, steeds moeilijker naast me neer kan leggen. De negatieve gevoelens gaan bij mij steeds meer de positieve ervaringen verdringen. Ik ben het wel eens goed zat en verlang er naar gezellig in de anonimiteit met mijn vogels bezig te kunnen zijn. De laatste jaren ben ik actief met het duiken. Heerlijk in m’n eentje onder water en me door de natuur laten verassen. Geen gedoe om me heen, geen gezeik en gezeur, geen mensen die het onmogelijke van me vragen, heerlijk. Het zou daarom best wel eens kunnen dat ik over niet al te lange tijd de waterslagerwereld, toch wel enigszins teleurgesteld, niet vanwege de vogels, wel vanwege de mensen, vaarwel zeg.

Foto. 22 december 2017. Keuringsdag 33e clubkampioenschappen. Krien Onderwater beoordeelt waterslagers.

Dat zullen de mensen die je inzet en kundigheid wel waarderen niet leuk vinden?
Je slaat nu precies de spijker op z’n kop. Voor die mensen doe ik het nog steeds. Ik wil hen niet teleurstellen, omdat ik weet dat ze wel eerlijk en oprecht zijn, hun waterslagers heel veel voor hen betekenen en ze in een diep gat zullen vallen wanneer hun vogeltjes niet meer naar een wedstrijd kunnen, omdat er onvoldoende keurmeesters zijn. Alleen voor hen doe ik het nog.

Terug naar de realiteit in je eigen hok. Hoe verloopt de kweek tot dusver?
Na de laatste wedstrijd houd ik het liefst het even voor gezien, maar dat gaat een beetje lastig als je in juni op vakantie wilt en dan je jonge vogels zelfstandig op stok wilt hebben. Ik wil daarom eerder met broeden beginnen en moet dus ook op tijd beginnen om de daglengte bij de vogels  kunstmatig te verlengen. Na de laatste wedstrijd begin ik dan ook daarmee. Op dat moment hebben ze 9 uur licht en ik breng ze zo veel mogelijk langs de natuurlijke weg, dus om de drie dagen een kwartier licht er bij, naar 12½ uur licht per dag.
Ik ben dit jaar de kweek begonnen met 9 mannen en 24 poppen. Tot nu toe valt het resultaat niet tegen. Ik heb nu ca. 70 jongen. Het gaat niet super, maar wel beter dan gemiddeld. De meeste poppen leggen 4-6 eieren, sommige zelfs 7, maar ik heb ook kleine legsels. Met name met de poppen waarvan ik nog weinig jongen heb wil ik nog wel een tweede ronde doen. Ik wil nl. van alle poppen jongen hebben om te zien wat het resultaat is van desbetreffende combinatie man-pop. Als ik straks, begin juni, 80 jongen zelfstandig op stok heb ben ik dik tevreden. Het is namelijk ook wel eens anders geweest.

Foto. 8 mei 2018. Vogelverblijf Krien Onderwater. Een broedende pop met het nestbakje bovenop een stuk regenpijp.

Ik kan me heugen van een paar jaar geleden dat jouw kweekseizoen desastreus verliep met heel veel dode vogels.
Praat me er niet van. Ik hoop zo’n seizoen nooit meer mee te maken. Het begon met poppen die niet echt goed in kweekconditie kwamen. Ze raakten aan de schijterij, natte nesten, dode jongen. Het schoot niet op. Op zoek naar een medicijn en ik kwam toen uit bij Flagellamix, waarvan ik van anderen had gehoord dat het goed hielp en dat ik bij een bekende Belgische dierenkliniek heb gekocht. Nou, bij mij werkte het niet, integendeel. Het middel gaf in het begin aan het drinkwater een gele kleur, maar al na een paar uur was het drinkwater veranderd in een bruine drab. Het gevolg: nog meer dode vogels. Omdat ik het middel, als preventie voor meer ongemak, aan alle vogels had gegeven, raakten de poppen die wel OK waren ook uit conditie. Het medicijn bleek erger dan de kwaal. Natuurlijk contact gezocht met desbetreffende dierenkliniek: ‘Het zou kunnen dat het middel reageert op direct zonlicht. Je kunt het wel gebruiken, maar niet in kooien waar het zonnetje op staat’. Mij werd geadviseerd over te stappen op Flagellamix Pro. Uiteraard het advies opgevolgd, maar de vogels werden niet beter. Intussen was mijn kweekseizoen helemaal naar de knoppen: al mijn kweekpoppen waren of dood of helemaal uit conditie. Van de jongen die groot waren geworden was ook nog maar een klein deel in leven. Ik ben, toen Flagellamix Pro ook niet hielp, met medicatie van de dierenkliniek gestopt. Ik heb ze wat van het BS gegeven, dat jij ook wel eens geeft, en daar reageerden ze nog het best op, maar ik had inmiddels een verloren kweekseizoen.
Omdat ik streef naar perfectie en het niet kan hebben wanneer er 1 of 2 poppen dunne ontlasting hebben en dan snel naar de medicijnpot grijp om het euvel te verhelpen heb ik in de loop der jaren een hele apotheek in mijn schuur verzameld.
Zoals ik zei ben ik wel in voor een experimentje. Ik ga graag naar lezingen en laat me dan gemakkelijk overhalen om weer eens een nieuw product te proberen. Die potjes staan ook allemaal die dat medicijnkastje. Inmiddels staat het allemaal aardig te verstoffen, want ik gebruik er tegenwoordig nauwelijks iets van. Ik ben terug gegaan naar: geen preventief gebruik van medicijnen, geen voedingssupplementen; gewoon degelijk krachtvoer en maar accepteren dat van alle geselecteerde poppen geen 100% in prima broedconditie komt en jongen grootbrengt. Jammer dan. Om uit deze vogels met kunst en vliegwerk ook jongen te kweken kan niet bevorderend zijn voor een goede constitutie van je totale vogelbestand.

Wat is voor jou een degelijk kracht/eivoer?
Om te beginnen is de basis een fabrieks eivoer. Uit de paardenwereld heb ik meegenomen dat men regelmatig van fabrieksvoer wisselde omdat het toch niet allemaal 100% hetzelfde is. Verander je regelmatig van merk dan is het eindresultaat completer dan dat je je jaren bij één product houdt. Dat doe ik dus ook. Nu geef ik Witte Molen. Ik maak dat rul met Perle Morbide van Ornitalia. (Degene die meer over dit product willen weten: even Googelen en je vind een schat aan informatie. J.P.)  Dat zijn pellets die ik in water week en dan door mijn eivoer meng. Verder voeg ik aan dat mengsel turfconcentraat toe van Refona. Dat is geconcentreerd veen en lijkt op compost. Het turfconcentraat meng ik met een klein beetje water tot een papje, -  Ik noem dat zwarte drab. - en roer dat door het krachtvoer. That’s all.  De vogels, zowel jong als oud, eten dit eivoer als reigers en ik vind dat mijn vogels in prima conditie zijn. Ik ben er vorig jaar mee begonnen en heb een goed kweekseizoen gehad. Dit jaar heb ik precies hetzelfde gedaan en ook nu mag ik wat betreft mijn kweekresultaten niet klagen.

Je hebt in de loop der jaren met je vogels een indrukwekkende erelijst opgebouwd. Bestaat er een soort succesformule Onderwater?
Ha, ha; dat is te veel eer. Als er een methode is die ik volg dan is het om mijn eigen vogels kritisch te beoordelen, vogels te kopen die aanvullend zijn op de zang van mijn vogels en niet te schromen eens wat nieuws te proberen. Zonder mezelf op de borst te kloppen kan ik aardig mijn eigen vogels beoordelen en inschatten wat er aan ontbreekt.  Ik zoek dan vogels, vooral mannen, die dat tekort zouden kunnen compenseren. Natuurlijk moeten de mannen die ik koop wel passen in de zangstructuur van mijn vogels. Ik bezoek regelmatig studiedagen en dan vallen sommige vogels me op. Aan het slot van zo’n studiedag, bijvoorbeeld bij De Nachtegaal in Rijssen, wil ik wel eens een kweker, waarvan de vogels me aanspraken, aanschieten met de vraag of hij nog een vogel over heeft. Soms heb ik geluk, soms pech. De praktijk is dat ik dan een vogel heb gekocht aan de hand van de keurlijst en hem niet heb gehoord. Het kan dus gebeuren dat ik met een man thuis kom die me na verloop van tijd toch niet bevalt en dan gaat hij weg als huiskamerzanger of naar de opkoper.
Heb ik vertrouwen in de man dan wil ik er ook jongen van hebben om het resultaat te kunnen beoordelen. Ga ik er mee verder of blijft het bij een eenmalig experiment? Vandaar dat ik met sommige poppen dit jaar toch nog een tweede rondje wil doen. Nee, gelukkig is het halen van prijzen bij waterslagers geen abc‘tje, een soort formule die, wanneer je die toepast, altijd succes oplevert. De sport zou een groot deel van z’n charme verliezen wanneer dat zou bestaan.

Inmiddels was de middag al ver gevorderd en waren we van de koffie overgeschakeld op frisdrank. Nadat ik  het vogelverblijf, waar nog poppen zaten te broeden, had bekeken en de kooien en vluchten al dan niet met Krien er bij, op de foto had gezet was het moment gekomen om afscheid te nemen en weer op de fiets  te klimmen richting Katwijk; met dank aan Krien en zijn vrouw Ageeth voor de leuke middag en de goede verzorging. 

Foto. 8 mei 2018. De buitenvolière van Krien Onderwater met daarin de reeds zelfstandige jonge waterslagers.

-o-

voeding

Zwarte drab

door Krien Onderwater

 In de vorige editie van ons clubblad schreef Jaap Plokker onder de titel ‘Turf’ een artikel over het aanbieden van gezuiverd zwartveen aan zijn zangkanaries. In deze bijdrage reageert Krien Onderwater op dit artikel met zijn ervaringen met het verstrekken van vloeibare turf aan zijn waterslagers.

In zijn  artikel ‘Turf’ schrijft Jaap Plokker een voor mij heel herkenbaar verhaal over het verstrekken van veen, turf of compost aan vogels. Nog voor dat Jaap in het bewuste artikel zijn ervaring met ons deelde was ik al begonnen om een vergelijkbaar product door het eivoer te mengen. Het hoe en waarom zal ik in onderstaande proberen duidelijk te maken.

Niet alle geselecteerde poppen blijken prima kweekvogels
Zoals alle kwekers selecteer ik ruim op tijd mijn kweekpoppen. Wanneer de vogels een poosje langer licht hebben gekregen en in het poppenlijfje het een en ander gaande is om straks eieren te kunnen leggen blijken niet alle geselecteerde poppen over een perfecte conditie te beschikken: Sommige hadden kennelijk iets onder de leden zonder dat dit uiterlijk waarneembaar was, hebben minder weerstand, of zijn sneller vatbaar voor het een of ander. Hoe het ook zij, sommige met zorg geselecteerde poppen raken aan het begin van het broedseizoen achter in conditie: de buik kleurt rood, ze raken aan de dunne, etc., waardoor poppen waar je veel van had verwacht niet tot het maken van een nest komen, een nest maken en geen eieren leggen, wel een nest maken, eieren leggen, maar de jongen na het uitkomen niet goed voeren, enz. Regelmatig hoor ik van collega kwekers dat een pop 2-3 eieren gelegd heeft en dan dood op het nest zit. Gelukkig heb ik dat tot dusver maar één keer mee-gemaakt. Natuurlijk wil je dat alle geselecteerde poppen een nest van minstens vier jongen grootbrengen. Hoe krijg ik nu mijn vogels aan het begin van het kweekseizoen zo optimaal mogelijk in conditie? Ik zal niet de enige zangkanariekweker zijn bij wie deze vraag voordurend in het hoofd ronddraait.

Foto. 21 december 2017. Inkooien. Joop Aelbrecht zet z’n vogels op tafel, Piet Drop registreert en Jan Zonderop geeft voer.

In aarde wroetende vogels
De vraag hoe ik mijn poppen zo optimaal mogelijk in de kweek krijg bracht me o.m. bij een voorbeeld waarnaar ook Jaap in zijn bijdrage verwees: vogels die in een kleiwand zitten te pikken. Nog een voorbeeld: In het vroege voorjaar zie ik in mijn tuin altijd een koppel merels tussen oude bladeren in de aarde wroeten. Zij pikken er van alles tussen uit en de vraag is of dat altijd insecten zijn. Mijn conclusie is dat vogels in al of niet humusrijke aarde iets zoeken dat ze nodig hebben om in conditie te blijven: mineralen?, sporenelementen?, koolstof?, vezels? Ze kunnen het ons helaas niet vertellen. Mijn gedachte was om niet met het verstrekken van medicijnen (preventief) of voedingssupplementen de conditie van mijn vogels te verbeteren, maar hen natuurlijke producten aan de bieden in de hoop daarmee de algehele gezondheidssituatie van mijn vogels te verbeteren en het gebruik van medicijnen te kunnen minimaliseren.
Niet dat ik de medicijnpot uit principe op de plank laat staan. De laatste twee jaar heb ik een paar keer een pop met een nest, waarin de jongen dunne ontlasting hadden, drinkwater met BS verstrekt. Meestal had dit wel het gewenste resultaat. Jaap heeft ook eerder in ons clubblad een artikeltje geschreven over dit middel, dat in de kringen van (post)duivenhouders bekend is en door Belgica de Weerd op de markt wordt gebracht.
Terug naar de in de kleiwand pikkende vogels. Het blijkt dat de klei stoffen bevat die ontgiftend werken voor het voedsel dat de vogels normaliter tot zich nemen. Van koolstof wordt hetzelfde beweerd. Nu kan ik wel een aantal Norit pilletjes door de mixer malen, maar  ik zocht naar een product dat behalve koolstof nog meer hoofdelementen en sporenelementen bevat. Zo kwam ik uit op biggencompost.
Het artikel van Jaap en bovenstaande lezend kun je concluderen dat we, zonder het van elkaar te weten, een vergelijkbare gedachtegang volgden en tot een zelfde slotconclusie kwamen: compost, veen, turf, hoe je het maar noemen wil. Jaap kwam uit op Orlux Terra Mix en ik op het bio turfconcentraat van Refona en Sanofor veendrenkstof.

Bio turfconcentraat van Refona
Terwijl bovenstaande gedachten in mijn hoofd rondspookten vernam ik dat een medewerker van Refona in Leerdam een lezing over bloedmijt bestrijding zou verzorgen. Omdat ik van plan was naar deze bijeenkomst te gaan heb ik contact gezocht met Refona en aan hen gevraagd of ze informatie over het turfconcentraat en tevens een flesje van dat spul wilden meegeven aan degene die de lezing ging verzorgen. Voor verdere informatie over het bio turfconcentraat van Refona verwijs ik naar onderstaande tekst die ik op internet vond en ook vermeld staat op het flesje:

Refona Bio Turfconcentraat
Refona Bio Turfconcentraat wordt geproduceerd uit zwartveen. Dit zijn de oudste lagen van een veenpakket wat is opgebouwd in vele duizenden jaren en wat is ontstaan uit vele medicinale planten en kruiden. Hierdoor bevat het een schat aan zeer waardevolle zuiver natuurlijke stoffen, zoals humuszuren, Fulvinezuren, organische eiwitverbindingen en vele sporenelementen. Het heeft een zeer gunstig effect op de darmen en voorkomt een groot aantal ziekten, zoals E-coli en Salmonella.

Toepassing
Bio Turfconcentraat brengt de ingewanden tot rust en werkt ontgiftend. Nadelige darmbacteriën worden geëlimineerd en de positieve bacteriën worden gestimuleerd. In geval van dunne mest heeft Bio Turfconcentraat een sterk bindende werking. De problemen zullen binnen enkele dagen verdwijnen.

Samenstelling
Water circa 95 %. Droge stof 5 % (waarvan pure koolstof ca. 30 %). Hoofdelementen zoals Calcium Kalium, Natrium en Magnesium. Sporenelementen zoals IJzer, Mangaan, Borium, Chroom, Koper, Molybdeen en Silicium.


Foto. 23 december 2017. Studiedag. Een zangkanariekweker boft wanneer de partner er ook aardigheid in heeft. Vlnr. Gerard van Zuilen, Krien Onderwater, Ageeth Onderwater.

Het bio turfconcentraat wordt niet alleen aan vogels, maar ook aan, bijvoorbeeld, paarden, varkens, honden en katten verstrekt. Voor de goede orde: bio turfconcentraat is geen geneesmiddel. Het wordt verstrekt om de algehele conditie en weerstand van de vogels te verhogen. Je zou er dus gezondheidsproblemen mee kunnen voorkomen. Heb je zieke vogels, dan moet je overstappen op medicatie en dat is Refona bio turfconcentraat niet!

Mijn werkwijze
Vorig jaar ben ik een maand voor de kweek met het verstrekken van de zwarte drab, zoals ik het goedje noem, begonnen. Drie keer in de week heb ik een dessertlepeltje van het turf concentraat met water vermengd en daarmee mijn eivoer rul gemaakt. Nadat ik mijn licht op 15 uur per dag had gezet heb ik het dagelijks verstrekt. Als de poppen zitten te broeden krijgen ze bij mij geen eivoer en dus ook geen turfconcentraat. Direct na het uitkomen van de jongen ben ik weer met het verstrekken van eivoer begonnen en dus ook met de zwarte drab. Tot de jongen goed en wel zelfstandig waren hebben ze het dus dagelijks gekregen Voor biggencompost wordt overigens geadviseerd dit niet aan nestjongen te verstrekken.
In welke mate het verstrekken van turf daartoe heeft bijgedragen weet ik natuurlijk niet, maar ik heb vorig jaar tijdens en na de broed nauwelijks tot geen uitgeval gehad. In totaal heb ik 111 jongen geringd. Ik ben er zelf wel van overtuigd dat het turfconcentraat zeker heeft bijgedragen tot de goede conditie en weerstand van mijn vogels en ben dus ook van plan met het verstrekken van ‘zwarte drab‘ door te gaan.

Slot
Inmiddels is het eerste flesje turfconcentraat op en heb ik bij Refona weer nieuw besteld. Deze keer een 1 liter fles. Ik schrijf dit in het voorjaar van 2018, nadat de kweek is afgelopen. Dit jaar heb ik weer turfconcentraat verstrekt op exact dezelfde manier als vorig jaar. Mijn voornemen was om me te beperken tot één broedronde en alleen de vroegste  poppen nog een tweede nest te laten maken om uiteindelijk op 80-90 jongen uit te komen. Ik vind dit een mooi aantal; op dit moment voor mij misschien zelfs nog een beetje teveel. Vorig jaar had ik 111 jongen en na de eerste schifting bijna 60 mannen. Uiteindelijk heb ik, inclusief twee oude mannen, 48 waterslagers opgekooid. Dat was al met al toch een beetje te veel van het goede. Omdat ik in ploegendienst werk, met andere verplichtingen zat en mijn vrouw minder tijd aan de vogels kon besteden werden de zangkanaries vorig najaar meer een last dan een lust en kon ik in de opkooitijd niet de aandacht schenken, die nodig is en ik gewend was te geven. Het werd me soms allemaal te veel. Daarom heb ik besloten om in 2018 met minder poppen te gaan kweken en, ook al verliep de kweek goed, me tot 80-90 vogels te beperken. Bovendien was ik van plan begin juni met mijn vrouw en de duikclub op duikvakantie in Zeeland te gaan en dan moesten de jongen zelfstandig zijn.
Het kweekseizoen 2018 verliep prima, dankzij of ondanks het turfconcentraat, dat weet je immers nooit. Uiteindelijk heb ik ca. 90 waterslagers gekweekt. In de eerste ronde had ik van twee poppen maar één jong. Die heb ik nog een tweede nest laten maken. Omdat ik er niet van overtuigd was dat de jongen van deze nesten zelfstandig waren toen ik begin juni op vakantie ging, heb ik ze voor de zekerheid aan iemand in  Voorhout gegeven en die vliegen nu bij hem in de volière. Begin juni 2018 kon ik met ca. 80 zelfstandig jonge waterslagers op stok de onderwaterwereld van de Oosterschelde gaan bewonderen.
 
Foto. 19 april 2014. Max Gerhards in zijn broedruimte op de zolder van z’n schuur.

-o-

 

huisvesting

Bloedmijten - een onuitroeibare plaag in ons vogelverblijf

door Max Gerhards

In de vorige editie van het clubblad schreef Jaap Plokker onder de titel ‘Niet-chemische luisbestrijding’ een lijvig artikel over zijn meest  recente ervaringen met bloedmijten en de bestrijding daarvan. Max Gerhards reageert in onderstaand artikel met zijn ervaringen met het bestrijden van deze plaaggeesten in zijn vogelverblijf.

Laat ik maar meteen met een boude uitspraak beginnen: ‘Met de middelen die ons tegenwoordig ter beschikking staan lukt het nooit om van bloedmijten af te komen’. Ik verzin dit niet ter plekke, maar is mijn conclusie na een jarenlange strijd tegen deze parasieten in mijn vogelverblijf. Ik houd mijn vogels in een schuur. In april 2014 zijn Ton Diepenhorst en Jaap Plokker bij mij op bezoek geweest en via het interview in ons clubblad en bijbehorende foto’s hebben jullie een indruk gekregen van mijn broedruimte. Ik hoef jullie dus niet te vertellen dat er bij mij duizenden kiertjes en gaatjes zijn waarin een bloedluizenfamilie zich prima op het gemak voelt.
Ik heb dus regelmatig bloedluizen in mijn vogelverblijf, doe er van alles aan om ze te bestrijden, maar raak ze in de praktijk nooit helemaal kwijt. Heb je eenmaal bloedmijten in je hok dan weet je dat je voortdurend alert moet zijn om te voorkomen dat er een luizenexplosie in je vogelverblijf plaats vindt. Zeker in één zoals het mijne. De alles omvattende oplossing voor het luizenprobleem heb ik nog niet gevonden. Er is en komt een legio aan producten op de markt en in de bijbehorende folders worden de spreekwoordelijke koeien met gouden horens beloofd, maar in de praktijk is geen enkel middel afdoende, althans dat is mijn ervaring. Ik heb inmiddels al talloze producten geprobeerd en een behoorlijk bedrag er aan gespendeerd, maar de bloedmijten zijn nog niet uit mijn schuur verdwenen. Bloedluisbestrijding lijkt tegenwoordig in Nederland, met de wettelijk toegestane middelen waarover we kunnen beschikken, wel dweilen met de kraan open. 

Foto. 23 december 2017. Studiedag. Harzerkwekers aan de Keizerbitter. Vlnr. Lis Reichgelt, André Schrama, Jacques de Beer en Max Gerhards. Verder op de voorgrond ook Mandy Onderwater en Gerard van Zuilen.

Dichloorvos
Grofweg onderscheid ik twee manieren om bloedmijten te bestrijden: via de ademhaling cq. de luchtwegen en via contact met het lichaam.
Vroeger hing er bij iedere vogelkweker wel een Vapona strip in het vogelhok. Was dat niet het geval dan smeerde de kweker zijn hokken in met U3. Beide bestrijdingsmiddelen scheidden een stof af die bij inademing voor de bloedmijt fataal was. De werkzame stof was dichloorvos. Vapona strips met dichloorvos zijn in Nederland al heel lang niet meer verkrijgbaar en het insecticide is sinds 2007 in de hele EU verboden, maar in landen zoals China en India is het nog volop voorhanden.
Sinds insectenbestrijdingsmiddelen met dichlooorvos als werkzame stof niet meer verkrijgbaar zijn hebben wij, vogelkwekers, problemen met bloedmijten. Het grote voordeel van dichloorvos was nl. dat waar de bloedluis zich ook bevond het insecticide werd ingeademd en de mijten als gevolg daarvan dood gingen. Zeker in een vogelverblijf als het mijne, met al die gaatjes en kieren, was dit voor mij de uitgelezen insecticide om bloedluizen  te bestrijden.  Soms bekruipt me de verleiding om, al is het in Nederland een verboden product, in Azië een bestrijdingsmiddel op basis van dichloorvos op de kop te tikken. Maar dit zal douanetechnisch wel niet tot de mogelijkheden behoren.

Bestrijdingsmiddelen op basis van contact
Omdat bloedmijten niet meer via de luchtwegen bestreden kunnen worden resteert ons  tegenwoordig alleen nog middelen waarmee de luizen in contact moeten komen. Dit kan door aanraking op het lichaam of inname van voedsel/ drinken. Stel je voor dat ik mijn hele schuur moet insmeren met een of ander duur goedje. Da’s ondoenlijk. Gekker nog: op het moment dat ik bloedluizen zie kan ik ze beter dooddrukken dan een duur middel gebruiken. Dat heeft de ervaring me inmiddels wel geleerd. In de loop der jaren heb ik een serie bestrijdingsmiddelen toegepast in diverse prijscategorieën en eerlijk gezegd, het ultieme middel heb ik niet ontdekt. De producten die ik inmiddels heb getest heb ik, in willekeurige volgorde, op een rijtje gezet:

Ivermectine
Het bekende druppeltje in de nek is in 99% van de gevallen een product met ivermectine, of een daarvan afgeleide, als werkzame stof. Een bekend en veel gebruikt artikel op basis van ivermectine is Parasita. Mijn beoordeling van het product is wisselend. De luis mag er dan wel dood van gaan, maar hij heeft, om de stof binnen te krijgen, zich wel eerst volgezogen met bloed. Verder is het middel niet toepasbaar op nestjongen en die zijn het kwetsbaarst. Nadelen van ivermectine zijn de ‘vermeende’ bijwerkingen en door het veelvuldig gebruik van deze stof raken luizenfamilies resistent voor deze stof. De verwachting is daarom dat ivermectine in de toekomst voor het bestrijden van bloedmijten steeds minder effectief zal worden.

Moxidectine
Moxidectine is evenals ivermectine een stof die gebruikt wordt om beesten, bijv. paarden, te ontwormen. Er zijn diverse producten op de markt met moxidectine als werkzame stof. Moxidectine kan aan de vogels verstrekt worden door het drinkwater, komt via het darmstelsel in de bloedbaan en als de luis zich volzuigt komt het dus ook in het luizenlijf. De voor- en nadelen van moxidectine zijn daarom vergelijkbaar met die van ivermectine.

Silicapoeder
Silica of diatomeeënaarde zijn fossiele minuscule, messcherpe, kiezelwieren. Luizen die met deze ‘mesjes’ in aanraking komen beschadigen hun huid en drogen uit. Er zijn diverse artikelen op de markt met silica als werkzame stof: als poeder en opgelost in water. Jaap is in voornoemd artikel al uitgebreid op de silicaproducten ingegaan. Ik hoef dat hier niet te herhalen. Wel wil ik mijn persoonlijke mening over deze producten ventileren. Silicapoeder is duur en erg gevaarlijk voor zowel mens als dier. Omdat het poeder erg stuift komt er bij het aanbrengen veel microscopisch stof in de lucht, dat ongemerkt door mens en dier wordt ingeademd. De messcherpe kiezelwieren kunnen nooit goed zijn voor de longen. Het middel werkt wel, maar alleen in de omgeving waar het is opgebracht. Vergeet je een plekje dan zit daar de luizenkolonie. Een voordeel van silicapoeder is dat de luizen geen resistentie kunnen opbouwen.

Ocepou
Ocepou is een poeder met carbaryl, een insecticide, als werkzame stof. Het product is nu in Nederland verboden, mede omdat het vermoeden bestaat dat carbaryl kankerverwekkend is. Terwijl het in Nederland verboden was konden, tot enkele jaren geleden ,veel vogelkwekers Ocepou vanuit het buiten-land,  via, via, bemachtigen. Dat is nu ook wat minder gemakkelijk geworden. Ocepou moet bij de schuilplaatsen van de mijten aangebracht worden. Vroeger deed ik het poeder door de verf wanneer ik de kooien ging verven.

Wierook
Wierook branden om insecten te verdrijven werkt wel, maar je steekt zelf de moord. Wanneer de wierooklucht is verdwenen komt de luis terug.

Mottenballen
Ik heb mottenballen in de vorm van kleine Vaponaboxen neergezet. Volgens zeggen zouden de mottenballen dichloorvos bevatten. Ik heb 12 boxen gebruikt voor een oppervlak van 28 m2. Het is erg duur en het werkt niet.

Fipronil
Er zijn in de handel vlooienbanden voor honden verkrijgbaar die fipronil bevatten. Fipronil is ons inmiddels vanwege de eierenkwestie wel bekend. Je hebt voor een ruimte zoals de mijne erg veel vlooienbanden nodig en het werkt plaatselijk. Gezien de recentelijke ontwikkelingen in de pluimvee-industrie is dit middel nu ook verboden.

Elector
Elector is een nieuw middel tegen bloedluis met als werkzame stof de insecticide spinosad. Het artikel wordt op de markt gebracht door het farmaceutische bedrijf Elanco. Je moet het middel op de luis spuiten, waarna de luis het loodje legt. De reclame slogan werkt preventief is onjuist en misleidend. Elector is vreselijk duur en omdat je moet spuiten wanneer je de luis ziet kan je ‘m beter doodknijpen. Dat is nl. veel goedkoper.

Stoomgenerator
Luizen kunnen heel goed tegen kou, ze gaan pas bij – 20o C dood, maar tegen warmte zijn ze veel minder bestand. D.w.z., temperaturen van + 45oC en hoger zijn fataal voor ze. Het gebruik van een stoomgenerator tegen bloedluis werkt daarom fantastisch. Luizen en de voor ons onzichtbare neten, die met de stoom in aanraking komen gaan subiet dood. Je vermoord echter alleen de luizen en neten op de plekjes die je inmiddels hebt ontdekt, want daar ga je ‘stomen’. Voor de korte termijn is stomen dus een goed middel, maar je raakt niet blij-vend de luizen kwijt en je bestrijd ze dus alleen op de plekken waar je een luizenkolonie hebt ontdekt.

Verfafbrander
Evenals de stoomgenerator kan je met de verfafbrander een luizenkolonie ‘cremeren’. Voor de verfafbrander gelden dezelfde voor- en nadelen als voor de stoomgenerator: Het euvel is tijdelijk en plaatslijk verholpen.

Propoxur
Propoxur is een insecticide uit de familie van de carbamaten. Het is al in 1960 door Bayer op de markt gebracht. Op dit moment zijn producten met Propoxur als werkzame stof, het werd bijvoorbeeld gebruikt voor de vlooienbestrijding bij honden en katten, verboden in de Europese Unie, o.m. omdat het kankerverwekkend zou zijn. Het stinkt enorm naar nagellak en ik heb er nog onvoldoende ervaring mee om er een oordeel over te kunnen uitspreken.

Neocidol
Neocidol is een spray, dompel- of opgietmiddel ter bestrijding van ongedierte, o.m. luizen, bij schapen. De werkzame stof in Neocidol is diazon, geen onbesproken insecticide. Diazon is olieachtig en heeft een kenmerkende geur, oftewel het stinkt enorm. Neocidol is in Nederland uitsluitend verkrijgbaar met een recept van de dierenarts. Het werkt bij schapen uitmuntend, 100% kans op succes. Volgens Wikipedia is diazon niet ongevaarlijk voor vogels. Of dat ook voor Neocidol geldt is me tot dusver onbekend. Omdat Neocidol, evenals dichloorvos, werkt met verdamping ga ik het in seizoen 2019 proberen.

Mefisto
Mefisto is een vloeistof met deltamethrin als werkzame stof. Mefisto is speciaal bedoeld voor de ongedierte bestrijding bij dieren, o.m. vogels (bloed-luis). In Nederland is Mefisto niet verkrijgbaar, maar door de Franse vogelkwekers in Frankrijk gewoon via Internet te bestellen, in flacons van diverse groottes. Mefisto werkt goed als bestrijdingsmiddel, maar werkt niet preventief. Het is een product waarover ik tot op heden niet ontevreden ben.

Vermin U-200 Nackentropfen
Van een gerenommeerd kweker in het oosten des lands weet ik dat hij in Duitsland Vermin U-200 Nackentropfen (U-200 nekdruppels) koopt. Het is een product van de firma  VET Schröder & Tollisan. De werkzame stof is Ivermectine. Het zijn druppels die je op het vogellijf in de nek moet aan-brengen en is dus qua behandelingsmethode vergelijkbaar met, bijvoorbeeld, Parasita. Het middel is één jaar werkzaam. U-200 is uitsluitend met een recept van de dierenarts verkrijgbaar.

Oramec
Een middel wat door de “vogel”dierenarts momenteel wordt voorgeschreven is Oramec. Dit is ook een middel op basis van ivermectine. Het grote voordeel is dat je Oramec door het drinkwater kan doen. Je hoeft dus niet alle vogels uit te vangen en stuk voor stuk een druppel in de nek te geven. Maar het blijft bestrijding achteraf.

Moraal van het verhaal: alles werkt wel een beetje, maar niet afdoende om van het probleem af te zijn. Het steekt voortdurend weer de kop op. 

Nederland commercieel niet interessant
De betere bestrijdingmiddelen zijn in Nederland niet verkrijgbaar. De reden waarom je voor  een goed luisbestrijdingsmiddel naar het buitenland moet is verklaarbaar. Als vogelliefhebbers zijn we in Nederland een te kleine markt voor welke ondernemer dan ook.  Toen ik aan fabrikanten van luizenbestrijdingsmiddelen vroeg waarom hun product niet in Nederland, maar wel in andere Europese landen verkrijgbaar is kreeg ik als antwoord dat voor verkoop in Nederland een toelatingsnummer nodig is en het verkrijgen hiervan zo’n grote investering is dat met de kleine Nederlandse markt de kosten  nooit terug verdiend kunnen worden. Daarom ontstaat er een illegaal circuit waarin de middelen die in het buitenland gewoon verkrijgbaar zijn, al dan niet van onder de toonbank, toch bij de Nederlandse vogelliefhebbers terecht komen.

Controleren, schoonhouden en spuiten
Met de wetenschap van bovenstaande probeer ik nu op de volgende manier het bloedluizenprobleem in mijn vogelverblijf onder controle te houden.
Ik geef mijn vogels in de nek een druppeltje Parasita. Als ik een luizenkolonie heb ontdekt of vermoed spuit ik met Mefisto. Omdat dit middel niet preventief werkt moet ik dus regelmatig spuiten.
Voor de broed gebruik ik touwnestjes. Voor ik ze in de nestbakjes doe smeer ik ze in met silica poeder. De touwnestjes worden regelmatig verschoond en gecontroleerd. Voor de tweede ronde worden ze met de verfbrander behandeld. Aan het eind van het seizoen gaan ze de vuilnisbak in. Verder is het devies: veel controleren, stofzuigen en schoonmaken.

Slot en oproep
Het fipronil schandaal maakt duidelijk dat wij, vogelliefhebbers, een probleem met bloedmijten hebben, maar dat dit nog maar een peulenschil is in vergelijking tot de giga problemen waarmee de pluimveehouderij geconfronteerd worden als gevolg van de bloedluizen. Voor ons is het hobby; voor hen is het hun bestaan. Ondanks het grote belangenverschil is er wel een overeenkomst: Zowel de pluimveehouderij als de siervogelhouderij is er bij gebaat dat bloedluizen effectief kunnen worden bestreden. Zijn wij een kleine speler in het spel; voor de pluimveehouderij geldt dat allerminst. Het is dus in ons belang goed te kijken naar de ontwikkelingen in de pluimveehouderij op het gebied van de luizenbestrijding en daar ons voordeel mee te doen. Wie contacten heeft met pluimveehouders of daarmee contacten kan leggen zou ons veel informatie kunnen verstrekken waarom de middeltjes die ons, vogelhouders, worden aangesmeerd, niet door professionals worden gebruikt en van welke methoden en middelen de professionals gebruik maken om dit mega probleem binnen acceptabele grenzen te houden.

Heeft u ervaringen met middelen die echt werken, deel deze dan met de redactie van ons clubblad.

-o-


TOP